Ik ben opgegroeid in een wereld waar alles in drievoud leek te gaan. Je had: goud, zilver, brons. De vlag was: rood, wit, blauw. Je at met mes, vork en lepel. En er was de indeling naar drie leeftijdsfasen: je was kind, volwassene of bejaarde. Ooit zorgde deze driedeling voor een eenvoudige en overzichtelijke wereld. Bij onze tennisclub kon iedereen meespelen via drie vormen van kampioenschappen: de jeugdcompetitie, de gewone competitie en de seniorencompetitie. Die driedeling omvatte mooi alle leeftijden.

Maar die overzichtelijke indeling van drie volstaat steeds vaker niet meer. De klassieke driedeling past niet meer bij het leven dat we leiden.

Terug naar de driedeling in leeftijd. Wat is er aan de hand? Met de levensverwachting gaat het net als met de zeespiegel: hij stijgt. Onze leeftijd stijgt. Professor Austad van de Universiteit van Alabama zegt dat de eerste mens die 150 jaar gaat worden, nu al geboren is. Als je het leven liefhebt, is dat een prachtig vooruitzicht. En als je zwaar op de hand bent, dan denk je nu: mijn god, nog zo lang …

Maar wat is nu het probleem van die driedeling? Het probleem is: indien we 50-plussers al als senioren gaan betitelen, dan zitten we – als we 150 jaar oud worden – pas op een derde van ons leven al in de laatste categorie ervan. Op die leeftijd mogen – of als je zwaar op de hand bent: moeten – we nog een eeuw. Op dat potje past het dekseltje niet meer. Onder invloed van de ontwikkeling van steeds ouder worden houdt de driedeling van jeugd, volwassene en oudere niet langer stand. Een vijfdeling op zijn minst is op zijn plaats. Er is enig persoonlijke belang om deze column op deze manier te schrijven. Ondergetekende kan het met zijn 45 lentes jong immers niet verkroppen dat hij anders al binnen een paar jaar voor seniorenmenu’s in aanmerking komt. Welke hij vervolgens stelselmatig van plan is te weigeren. Time tells you nothing, a mirror much more.

Over die 150 jaar is niet iedereen het eens, overigens. De aangehaalde professor in kwestie is een weddenschap aangegaan met een andere professor hierover. Dus ik had net zo goed die andere professor aan kunnen halen. Maar we worden ouder. Laten we zeggen dat we 120 jaar oud worden. Ook dan stel ik minimaal een aantal tussencategorieën voor om de weg naar die 120 jaar wat verder te plaveien. Laten we na junior en volwassene, maar vóór het etiket senior de categorie “medior” plakken. Grofweg om de menselijke leeftijd van 50 tot 75 jaar te duiden. De term senior zou ik pas voor de leeftijd daarna willen gebruiken. Daarbij stel ik voor om die extra 45 jaar aan lengende dagen te splitsen in de term “junior-senior” voor de leeftijd van 75 tot 100 jaar en het begrip senior-senior voor daarna. Dan reserveren we die laatste term voor de leeftijd van 100 tot 120 jaar. En ook voor die hardnekkige hoog-hoogbejaarde die de verjaardagstaart waar 121 of 122 kaarsjes op prijken uit gaat blazen.

De vergrijzing, opgesplitst in 50 tinten grijs. Tja, als we 120 of 125 jaar oud worden, zullen de stotteraars onder ons wat extra communicatieproblemen krijgen via nieuwe begrippen, zoals: pre-prepensioen, mantel-mantelzorgers en bet-bet-overgrootouders. Maar met het stijgen van de gemiddelde leeftijd, stijgt ook het aantal nieuwe businessmodellen. Oude – dus nieuwe – doelgroepen doemen op: ik zie nu regelmatig bejaarde mensen van 85 jaar achter de geraniums zitten, maar zij vormen zich collectief om tot vitale junior-senioren. En wat kenmerkt hen?

Tot voor kort gold voor onze dromen dat de jeugd wel het lijf en de tijd ervoor had, maar niet de middelen. De volwassen hadden om hun dromen waar te maken wel het fysieke vermogen én het geld, maar weer niet de tijd. En onze bejaarde medemensen hadden tot voor kort wel de tijd en soms het geld, maar – vaak – niet meer de fysieke gesteldheid om deze waar te maken. En zo fungeren dromen vaak een leven lang als sluitpost, terwijl ze – in alle levensfasen overigens – het startpunt zouden moeten zijn.

De 85-jarige van de toekomst heeft met een beetje geluk alle drie de kaarten in handen. In de wereld van 3 Card Poker gaat het om een Straight Flush. Een groep die én tijd én geld én de fysieke mogelijkheden heeft. Gemiddeld genomen dan. Desnoods mogelijk gemaakt met behulp van een kunstheup, kunstgebit of andere levenskunst.
Iemand met een fysiek goed lijf en voldoende geld te besteden, gaat cursussen volgen, gaat een vierde, vijfde, zesde taal leren, maakt reizen, gaat uit eten, ontwikkelt zichzelf via kunst en cultuur en doet evenveel concerten als steden aan. En wat te denken van nieuw op te richten en geheel verzorgde senior-senior-residences met zorg-op-maat-trajecten, spontaan opgezet door ene Hans, een medior van 73 jaar? Tsja, hoe kan het ook anders: die 73-jarige zit midden in zijn midlife-crisis en dan doe je nog wel eens gekke dingen. Hij gooit weer eens zijn leven over een andere boeg en start zijn zoveelste bedrijf. Hij is jong en hij wil wat.

Het leven lengt. Vijfwerf hoera.

Guido van de Wiel

Gepost door Guido van de Wiel

Guido van de Wiel (Wheel Productions) is organisatiepsycholoog en ghostwriter. Samen met Merlijn Ballieux van de Veranderbrigade schreef hij ‘Durf het verschil te maken’ (best verkochte verandermanagementboek van 2018). Verder is hij executive coach bij TIAS School for Business and Society en bij RSM. Trendwatcher of the Year.