Na lange onderhandelingen is begin deze zomer een pensioenakkoord bereikt. Hier zijn een aantal maatregelen in opgenomen om het akkoord te kunnen financieren. Helaas is het gevolg van een van deze maatregelen dat er een besparing plaatstvindt op de Wet tegemoetkomtingen loondomein (Wtl). Deze treft het lage-inkomensvoordeel, ook wel LIV, alsmede het Jeugd-lage-inkomensvoordeel (Jeugd-LIV). En deze besparingen zijn niet de minsten.

Het LIV (lage-inkomensvoordeel), even opfrissen?

Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers met als doel om banen te creëren en te behouden voor medewerkers met een laag inkomen. Als reactie op de verhoging van het minimumjeugdloon in juli 2017 is in 2018 het Jeugd-LIV ingevoerd.

Een belangrijke voorwaarde is wel dat de medewerker een gemiddeld uurloon heeft dat valt binnen de vooraf gestelde grenzen. Voor de toepassing van het LIV geldt aanvullend dat een medewerker minimaal 1.248 uren verloond wordt. Voor het LIV zijn er twee groepen uurloongrenzen, welke leiden tot een verschillende hoogte van het LIV.  Het voordeel voor de werkgever bedraagt maximaal respectievelijk € 2.000,- of € 1.000,- per medewerker per jaar op basis van een 38-urige werkweek. Voor het Jeugd-LIV is de hoogte afhankelijk van de leeftijd van de medewerker.

Wat verandert er?

Vanaf 2020 wordt er fors gesneden in de budgetten. Om een idee te geven van de budgetten waarover gesproken wordt, hebben wij de cijfers van 2018 erbij gehaald. In het monitoringsrapport arbeidsmarkt van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is te lezen dat er in totaal 413.575 toekenningen zijn geweest. Een toekenning betekent hier een werknemer. Dit vertaalt zich in een totaal van 479,3 miljoen euro aan steun aan deze groep. Echter wordt het hoge tarief van het LIV gehalveerd van € 2.000 naar € 1.000 en het Jeugd-LIV wordt in 2020 gehalveerd en zal met ingang van 2024 worden afgeschaft.

Goed nieuws voor LKV Banenafspraak en Scholingsbelemmerden!

Er is echter wel een positieve kant aan deze verandering. Naast de bezuiniging op het LIV en Jeugd-LIV wordt juist extra geld uitgetrokken voor het Loonkostenvoordeel (LKV). Door het LKV worden werkgevers gestimuleerd om medewerkers aan te nemen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Op het LKV voor ouderen, arbeidsgehandicapten en herplaatste arbeidsgehandicapten worden geen wijzingen doorgevoerd, maar wel voor de doelgroep Banenafspraak en Scholingsbelemmerden. Een werkgever kan per 2021 LKV krijgen zolang ze de medewerker uit de doelgroep Banenafspraak en Scholingsbelemmerden in dienst houden. Onder deze doelgroep voor extra banen vallen:

  • Mensen die onder de Participatiewet vallen en die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen;
  • (Voormalig) leerlingen uit het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en praktijkonderwijs (pro) die zich schriftelijk hebben aangemeld bij UWV;
  • Mensen met een Wsw-indicatie (sociale werkvoorziening);
  • Wajongers met arbeidsvermogen;
  • En mensen met een Wiw-baan of ID-baan.

Op dit moment geldt de een maximale duur voor het LKV van drie jaar. Naar verwachting zal dit ook zo blijven.

Een hoop veranderingen die veelimpact hebben voor zowel organisatie als werknemer. De toekomst moet uitwijzen welke gevolgen dit mogelijk meebrengt.


Meer informatie?

Heb je vragen over de wijzigingen binnen de Wet tegemoetkoming loondomein? Neem dan contact op met Jurgen Brouwers. Je kan een mail sturen naar jbrouwers@oazsubsidie.nl of bel 088-5600700.

Thomas Pillen

Gepost door Thomas Pillen

Thomas Pillen is Productmanager Opleidingssubsidies bij OAZ subsidieadvies. Hij is samen met zijn team verantwoordelijk voor de realisatie van alle vormen van opleidingssubsidies voor meer dan 150 grote organisaties. Het zoeken naar de juiste oplossing voor al deze klanten is een dagelijkse uitdaging waar hij veel energie uit haalt.