In het beroemde boek Homo Ludens uit 1938 beschrijft historicus Johan Huizinga dat mensen naast denkers, bovenal spelers zijn. Spelen is onze natuurlijke manier van leren. Zo verkennen we de regels van de omgeving en leren we omgaan met concepten als zwaartekracht en aanpassingsvermogen.

Naarmate we ouder worden en onze wereld groter, gaan we steeds minder spelen en meer leven op de automatische piloot. Anno 2020 is dat niet zo gek, omdat we nu ongeveer 30.000 prikkels op een dag moeten verwerken. Gelukkig is er dan mindfulness, waarmee je de prikkels en de automatische piloot tot een halt kunt roepen. Mindfulness is al lang niet meer alleen voor de zwakken of zweverige. Sinds 25% van de studenten burnout-klachten ervaart en werkstress beroepsziekte nummer 1 is, is de mindfulness-markt groot. Er zijn vele apps, boeken en trainingen. Werkgevers bieden deze aan aan al hun medewerkers en zorgverzekeraars vergoeden het.

Maar waarom zetten zoveel mensen na een mindfulness-moment de automatische piloot weer aan? Zijn we niet bewust genoeg geworden, om onze wereld behapbaarder te maken en deze op de natuurlijke manier weer spelenderwijs aan te gaan? Niet langer opgebrand, maar met de kinderlijke energie waarmee je een spel speelt?

Dankzij mijn ervaringen – een heftige burnout op 27 jarige leeftijd, daar uitkomen door spelen te herontdekken, het volgen van een master-studie over de psychologie van spel, werkervaring als applied game designer, moeder worden en het oprichten van School for Ninja – weet ik dat mensen die speelser zijn minder stress ervaren. Ik geloof dat speelsheid voor veel mensen het ontbrekende puzzelstuk is in het krijgen van grip op stress.

Echter vind ik het nog steeds moeilijk om ‘speels’ of ‘playful’ in woorden te vatten. Er zijn vele definities, uiteenlopend van “graag spelend” (van Dale) tot “funny and not serious” (Cambridge). Door in de rest van dit artikel mijn ervaringen en kennis van spelen te vergelijken met mindfulness, probeer ik een meer beschrijvende definitie van playfulness te vormen. De definitie van mindfulness die ik als uitgangspunt gebruik komt uit het boeddhisme: “Een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de bewustwording van de eigen fysieke ervaringen, gevoelens en gedachten, zonder onmiddellijk over te gaan op automatische reacties.”

In de volgende drie paragrafen pak ik telkens een deel uit deze mindfulness definitie en vorm ik dit om tot een deel van mijn definitie van playfulness, te vinden in de conclusie.

1: Van ‘bewustwording’ naar ‘verbeeldingskracht’

De definitie van mindfulness begint met het zinsdeel “Een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de bewustwording …”. Bewustwording duidt erop dat je inzicht krijgt in hoe iets werkelijk is. Mensen worden bewust van een eigen (vaak negatieve) realiteit: “ik ervaar stress” of “ik geef teveel om wat anderen van mij vinden”. Mijn bewustwording was dat ik mezelf zag als patiënt en wat je aandacht geeft groeit, dus dat werd mijn hele werkelijkheid: ik de patiënt.

Tijdens het spelen maak je juist van een bestaande werkelijkheid een andere werkelijkheid, soms voorgeschreven door een spelhandleiding en soms door je eigen verbeeldingskracht. Je staat niet stil bij hoe iets is, maar bij hoe iets kan zijn. Je hebt dat als kind waarschijnlijk vaak en zonder moeite gedaan. De kartonnen doos is een kasteel en je vader een paard. Het mooie is dat er geen goed of fout is. Als je ervoor kiest van je vader een draak te maken, heb je waarschijnlijk ook plezier, maar weer net even anders. Deze verbeeldingskracht kun je ook als volwassene toepassen op je dagelijks leven. Benader het als spel en neem een andere rol aan, dan wordt het serieuze soms zwaarmoedige leven even wat luchtiger.

In de game-training van mijn startup ‘School for Ninja’ neem je de rol aan van Ninja. In het verhaal is je gevoeligheid een grote kracht. Mensen die stress ervaren, zijn niet langer een risicogroep, maar eerder “uitverkorenen” die kunnen voelen waar ingrijpen nodig is. Thema’s uit School for Ninja staan symbool voor iets uit het dagelijks leven, maar het perspectief is anders. Tijdens het spel richt je je niet op een probleem maar ga je een uitdaging aan en train je een vaardigheid.

Door van het één iets anders te maken, leer je nieuwe mogelijkheden te zien. Toen ik ‘mezelf de patiënt’ verbeeldde in ‘mezelf de ninja’, hoefde ik niet meer te re-integreren en carrière op te bouwen, maar moest ik sporten en goed worden in infiltratietechnieken. Het bleek mijn langetermijnoplossing. Na Ninja-training keerde ik terug naar de dagelijkse realiteit om werk te zoeken, met nieuwe inzichten: Ik had geleerd dat carrière maken niet moet en dat ik in de realiteit helemaal geen patiënt was. Datgene wat ik voor realiteit had aangenomen, bleek maar een verzinsel. Dat zag ik ineens overal om mij heen. Weekend is een verzinsel, geld is een verzinsel, de stropdas is verzinsel. Net als in het spel. Het besef dat veel elementen van je leven eigenlijk ‘als een spel’ zijn, kan helpen, omdat je met verbeeldingskracht dat spel vorm kunt geven.

We starten onze playfulness-definitie met “Een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de verbeeldingskracht …”.

2: Van ‘eigen’ naar ‘cultuur’

Het volgende zinsdeel van de definitie van mindfulness “… van de eigen fysieke ervaringen, gevoelens en gedachten …” duidt erop dat mindfulness zich richt op het individu. Naar binnen gekeerd, met je ogen dicht, fysieke sensaties aan het verkennen. Maar, kunnen we onszelf wel los zien van de omgeving? Wanneer je na een mindfulness-meditatie je ogen weer opent sta je weer midden in dezelfde omgeving als voor de meditatie. Ja, je bent tot rust gekomen, maar hoe zorg je dat je niet weer in oude valkuilen stapt? En wat als 25% van een organisatie of opleidingsinstelling stress ervaart? Is het dan efficiënt om iedereen aan zichzelf te laten werken? Of moet er ook gewerkt worden aan datgene waaraan we ons moeten aanpassen, de omgeving, onze (organisatie)cultuur?

Wanneer je speelt, ga je juist een interactie aan met de omgeving. Kinderen leren van nature door hun spel hoe zij zich verhouden tot hun omgeving. De speeltuin helpt ze objecten te onderzoeken, met knuffels doen kinderen rollenspellen en dankzij bordspellen leren ze over systemen met oorzaak en gevolg. Tegenwoordig, in een dynamische tijd van globalisering en digitalisering, moeten we ons constant aanpassen aan het onbekende. Daarom moeten we blijven spelen. Volgens de filosofie van het boek Homo Ludens, of “de spelende mens”, leren we door te spelen niet alleen ons aan te passen aan onze cultuur, we beïnvloeden deze zelfs. Door bewust te spelen kunnen we onze cultuur vormgeven, vooral als we krachten bundelen met die van andere spelers.

School for Ninja laat mensen samen spelenderwijs de relatie met hun omgeving onderzoeken, door verschillende spelers dezelfde missie laten uitvoeren en ervaringen met elkaar te laten delen. Een missie is bijvoorbeeld: het opschrijven van ongeschreven regels uit jouw omgeving. Jouw resultaat wordt opgeslagen in je Ninja-dagboek en je kunt deze (naar keus) delen met de Orde van Ninja. Vervolgens kun je gedeelde ervaringen van anderen ook lezen. Ineens heb je een overzicht van allemaal ongeschreven regels. Herken je ze? Of verrassen ze je? Je zult hierdoor inzichten krijgen die je kunt toepassen in je eigen dagelijks leven. Voeg je ongeschreven regels toe? Of laat je er juist een paar gaan?

Dus, na je mindfulness-moment, open je ogen en kijk om je heen. Ben jij de enige die stress ervaart, of heb je lotgenoten? Als meerdere mensen stress ervaren, zit je waarschijnlijk in een slecht gebalanceerd systeem (of spel). Misschien zijn er te veel regels (bureaucratie) of is er juist te veel vrijheid (zoals in de kantoortuin). Ga bewust met je omgeving spelen. Wees je niet alleen bewust van jezelf, maar ook van de invloed die je keuzes hebben op het geheel. Je leert dat je geen slachtoffer bent van het systeem, je bent er onderdeel van. Wanneer meerdere mensen bewust met het systeem spelen, kun je het beïnvloeden. Samen kun je bijvoorbeeld ‘d? e prestatiemaatschappij’? veranderen in een ‘co-creatieve cultuur’.

We vervolgen onze definitie van playfulness met “… met betrekking tot culturele gewoonten en (gedrags)regels …”.

3: Van ‘passief’ naar ‘actief’

Het laatste zinsdeel van de definitie van mindfulness is “… zonder onmiddellijk over te gaan op automatische reacties”. Met andere woorden, je werd je bewust van je eigen fysieke ervaringen, maar deed er daarna niets mee. Je komt tot stilstand. Na een periode op de automatische piloot te hebben gelopen, kwam ik dankzij mindfulness ook tot stilstand. Het leek het hoogst haalbare in het boeddhisme: ‘Nirvana’ of ‘verlichting zonder persoonlijke drijfveren en ambitie’. Helaas werkte dit niet lang voor mij. Hoewel stilstaan erg waardevol kan zijn om te beoordelen of je nog steeds de goede kant op gaat, geloof ik niet dat mensen gedijen om stil te blijven staan. Natuurlijk willen we bewegen, spelen en optreden.

Terwijl “geest” een zelfstandig naamwoord is, is “spelen” een werkwoord. In het spel leer je door te doen. Niet op de automatische piloot, maar bewust van je keuzes en de systemen waarin je beweegt. Dit komt door de manier waarop games zijn ontworpen. Elk spel heeft een bepaalde mate van structuur, bijvoorbeeld de randen van de sandbox (kleine structuur) of de Monopoly-regels (veel structuur). Hoe meer vrijheid de speler heeft, hoe moeilijker het kan zijn om in beweging te komen. Met name videogames zijn zo ontworpen dat de speler gemakkelijk kan beginnen met bewegen in een complexe wereld. In het eerste niveau heeft de speler weinig obstakels en weinig keuzevrijheid, maar in het laatste niveau kan de nu bekwame speler met veel obstakels omgaan die het spel te bieden heeft.

In de School for Ninja kies je een route vol missies verdeeld over vijf fasen. Deze missies zijn vergelijkbaar met gezondheidsinterventies die je van een therapeut kunt krijgen, maar omdat de missies in zeer kleine stapjes zijn onderverdeeld, ben je je altijd bewust van je voortgang?. ?Daarbij krijg je kleine beloningen. Niet in de vorm van punten, maar in de vorm van verhaal en in het verdienen van ‘speeltoestellen’ waarmee je jouw favoriete missies op lange termijn blijven trainen. Zo wordt je stapsgewijs bewust van jouw speelkracht én train je op een manier die past bij jou en jouw omgeving.

Wanneer je speels bent in het dagelijks leven, vind je de ruimte voor vrije beweging binnen structuren die je tegenkomt. Denk twee stappen vooruit, maak bewuste keuzes, probeer verschillende strategieën totdat je er een vindt die goed werkt. Je bent nog steeds bewust, maar je houdt het bewustzijn niet tussen je oren, je gaat er iets mee doen. Waar mindfulness tot stilstand leidt, brengt speelsheid je in beweging.

Het laatste deel van onze definitie van playfulness wordt “… ?waarbij direct maar tijdelijk wordt overgegaan op gekozen acties”.

Conclusie

Door te spelen met woorden, namelijk de definitie van mindfulness in drie delen knippen en analyseren wat het verschil is met playfulness, kunnen een playfulness-definitie maken.

Van mindfulness: “Een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de bewustwording van de eigen fysieke ervaringen, gevoelens en gedachten, zonder onmiddellijk over te gaan op automatische reacties.”

Naar playfulness: “Een gemoedstoestand die getypeerd wordt door de verbeeldingskracht met betrekking tot culturele gewoonten en (gedrags)regels, waarbij direct maar tijdelijk wordt overgegaan op gekozen acties.

De twee spreken elkaar niet tegen. Het één is niet beter of slechter dan de ander. Ze kunnen elkaar wel mooi aanvullen. Wanneer je stress ervaart kan mindfulness een manier zijn om rust te vinden. Zoek je daarna naar manieren om weer actief mee te doen, maar niet in dezelfde stressvolle valkuilen te stappen, dan kun je met playfulness patronen doorbreken.

Een laatste opmerking is dat er naast de verschillen ook overlap is. De overlap tussen mindfulness en playfulness zit volgens mij in ‘vertigo’. Vertigo is volgens filosoof Roger Caillois één van de vier speltypen en kan worden uitgelegd als ‘spelen met fysieke sensaties’. In School for Ninja zijn de vier speltypen van Caillois de fasen van de game. Na een inleidende fase over speelsheid in het algemeen, is ‘vertigo’ het eerste type spel dat je traint. Daarna ga je de fasen ‘rollenspel’, ‘behendigheidsspelletjes’ en ‘kansspelen’ in. Binnen de School for Ninja train je van mindfulness naar playfulness, met als doel het versterken van jouw speelkracht, zodat je uitdagingen met meer plezier en minder stress kunt aangaan en samen met andere spelers een impact op je omgeving hebt.

Als je zelf met playfulness aan de slag wilt gaan zijn er een aantal spellen toegankelijk. De bekendste is de Superbetter app van Amerikaanse game designer Jane McGonigal. Sinds kort is er ook de online te spelen Adventures with anxiety van Canadese indie-game-ontwikkelaar Nicky Case. Natuurlijk is er tenslotte mijn eigen School for Ninja, via de website kun je je nu aanmelden om de gratis demo te spelen. Speel je mee?

Gepost door Esra van Beelen