Door de vele regels en voorwaarden die aan een subsidie verbonden zijn, is subsidieverantwoording vaak veel werk. Er moeten tal van documenten worden verzameld, handtekeningen worden gezet, en alles moet correct worden aangeleverd. Het is dan ook niet gek dat er zo nu en dan iets misloopt bij de verantwoording.

Niet alleen bij de organisatie die de subsidie krijgt, en dus de verantwoording moet samenstellen, komen wel eens foutjes voor. Ook bij de organisatie die de verantwoording ontvangt, de subsidieverstrekker, gaat er wel eens iets mis. We beschrijven in dit artikel een situatie waarin dat gebeurde, en laten ook zien hoe dit werd opgelost door middel van goede samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Opmerken van een discrepantie

Een van onze partners, OAZ, ondersteunt veel organisaties bij de verantwoording van hun subsidies. De subsidie SectorplanPlus (SPP) is een van de regelingen waar zij veel mee werken. De afgelopen tijd viel het hun specialisten steeds vaker op dat stageovereenkomsten waar experimentele leerweg op vermeld stond, werden afgekeurd voor het hoogste normbedrag binnen SPP. Onterecht wat hen betreft omdat studenten via de experimentele leerweg dezelfde inzet moeten leveren bij hun stages als studenten aan een reguliere duale hbo-opleiding. Ook de leerbedrijven waar de stages worden gelopen worden net zo intensief belast met de begeleiding.

OAZ diende voor meerdere gevallen bezwaar in, wat vervolgens herhaaldelijk werd afgewezen. Bij navraag bij de subsidieverstrekker werd inderdaad bevestigd dat de experimentele leerweg inderdaad niet subsidiabel was, maar dat ze openstonden voor verder onderzoek.

OAZ ontdekte dus dat de experimentele leerweg niet subsidiabel is terwijl het wel voldoet aan dezelfde eisen als waar regulier onderwijs aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor SPP. De hierdoor misgelopen subsidie kan in totaal oplopen tot wel een miljoen euro.

Vervolgonderzoek

Voor dit verdere onderzoek was vooral bewijslast nodig dat de experimentele leerweg inderdaad aan dezelfde eisen en omvang moet voldoen als een reguliere duale opleiding. Een van de klanten van OAZ die met de experimentele leerweg werkt, werkt ook samen met de Haagse Hogeschool. Zij zien veel positieve resultaten uit deze pilot voortkomen en hielpen dan ook graag mee bij het aandragen van stukken.

In een brief van de Haagse Hogeschool benoemt het opleidingsmanagement de belangrijkste punten waarop de twee onderwijstrajecten bij hen overeenkomen. Daarnaast hebben ze samen met OAZ andere onderwijsinstellingen benaderd en stukken verzameld die laten zien dat deze opzet niet uniek is voor de Haagse Hogeschool maar ook bij andere instellingen zo werkt.

Vergelijkbare trajecten m.b.t. subsidie

Dit zijn de voornaamste redenen waarom ook de experimentele leerweg subsidiabel zou moeten zijn volgens de regels die voor de reguliere duale hbo-opleidingen worden gesteld:

Het traject wordt automatisch bepaald

Een onderwijsinstelling kiest ervoor om onderwijs via de experimentele leerweg aan te bieden. Een student kan niet zelf kiezen om zich in te schrijven voor een regulier duaal traject óf voor de experimentele leerweg. Zijn of haar inschrijving staat in beide gevallen geregistreerd als duaal en hij of zij doet dus automatisch mee aan deze vorm van duaal onderwijs.

Hetzelfde aantal uren

De studie zelf is vervolgens even veeleisend. De leerwerkplek die studenten verplicht moeten volgen tijdens hun studie vraagt evenveel stage-uren binnen beide trajecten, namelijk minimaal 24 uur. Dit is tevens een van de belangrijke vereisten om een subsidie uit de categorie met het hoogste normbedrag via de SPP te krijgen.

Intensieve begeleiding

Gedurende de periode van de leerwerkplek vraagt dit traject ook veel begeleiding vanuit de praktijk. Dit is minstens evenveel voor een duaal student die in het experimentele traject opleiding volgt, als voor een student die dat in de reguliere variant van de duale opleiding doet. Soms is de begeleiding zelfs meer omdat veel studenten binnen het experimentele traject hun opleiding in verkorte tijd afronden.

De vorm van het onderwijs, of de intensiteit ervan, verschilt dus niet tussen regulier en experimenteel duaal onderwijs. Een onderscheid maken in subsidiabiliteit is daarom niet nodig.

Succesvol traject

Naar aanleiding van deze argumenten is inderdaad besloten dat de experimentele leerweg vanaf januari 2020 wel subsidiabel is binnen SPP. De samenwerking tussen OAZ, Haagse Hogeschool en subsidieverstrekker is daarmee een succesvol traject geweest. Het is een goed voorbeeld van een succesvolle samenwerking van verschillende belanghebbende partijen binnen het subsidie-landschap. Zowel de subsidieontvangers als de subsidieverstrekkers hebben baat gehad bij deze ontdekking en bij het snelle schakelen dat hieruit volgde.

Deze aanpassing in de regeling betekent dat ook documenten die in het verleden zijn afgekeurd opnieuw kunnen worden ingediend. Werkt jouw organisatie ook met de experimentele leerweg? Dan kan het geen kwaad om deze documentatie met terugwerkende kracht opnieuw in te dienen, dit kan tot 2017.


Whitepaper opleidingssubsidies:

De vraag naar zwaardere zorg stijgt, net als het aantal openstaande vacatures in de zorg. Nieuwe gekwalificeerde medewerkers vinden, is lastig. Het bijscholen en opleiden van personeel dat al in dienst is, wordt daarom steeds belangrijker. Wanneer je jouw medewerkers een opleiding of training laat volgen, maak je waarschijnlijk steeds een kosten-baten afweging. Maar neem je daarbij ook alle verschillende subsidiemogelijkheden mee?

Middels dit whitepaper willen wij jou graag op de hoogte stellen van de verschillende opleidingssubsidies, wat je nodig hebt bij de aanvraag en wat het je allemaal kan opleveren!

Gepost door Redactie HRcommunity

De redactie van HRcommunity brengt de meest interessante content, events en interviews voor HR-professionals samen.