De door COVID-19 veroorzaakte pandemie en gerelateerde wereldwijde lockdowns en recessie, hebben onzekere vooruitzichten voor de toekomst van werken veroorzaakt. De komst van de toekomst van werk is hierdoor versneld. Het Future of Jobs Report 2020 [1] wil licht werpen op:

  1. De pandemie-gerelateerde verstoringen tot dusver in 2020, in de context van langere economische geschiedenis cycli;
  2. De verwachte vooruitzichten voor technologie-adoptie in banen en vaardigheden in de komende vijf jaar.

Ondanks de huidige hoge mate van onzekerheid, is voor het rapport een unieke combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve intelligentie gebruikt. Dit om de kennisbank over de toekomst van werken en ‘skills’ uit te breiden.

De toekomst van werken in het kort

Het tempo van de adoptie van technologie versnelt verder, samen met de door COVID-19 veroorzaakte recessie betekent dit een dubbele verstoring. Per saldo levert automatisering en robotisering meer banen op dan er verloren gaan. Door de snelheid van veranderen ontstaat er wel een groot tekort aan de benodigde ‘skills’. De toekomst van werken is nu al aan de gang, met name voor kenniswerkers, mede doordat corona de ontwikkeling verder versneld heeft. De ongelijkheid in de wereld zal verder toenemen. Mensen uit lagere sociale klasse, lager opgeleiden, vrouwen en jongeren werden harder geraakt tijdens de eerste golf, dan anderen. Online leren is sterk in opkomst, waarbij er wel minder tijd is voor om- en bijscholing dan voorheen. Ondanks de huidige economische neergang, erkent de overgrote meerderheid van de werkgevers de waarde van investeren in ‘menselijk kapitaal’ en ziet voordeel in het opleiden van mensen. Opmerkelijk is dat iets minder dan de helft van de medewerkers daar geen gebruik van maakt.

De huidige omstandigheden, waarbij de pandemie, recessie en de technologische ontwikkelingen zorgen voor een versnelling van de transformatie van organisatie. De toekomst is ineens nu.  Dit vraagt om visie en zorgvuldig en samenhangend beleid, met oog voor de lange termijn, de waarden van de organisatie en het meenemen van de inzichten, meningen en belangen van alle stakeholders. Zowel de verschillende groepen medewerkers, de klanten, de aandeelhouders, als ook het milieu en de maatschappelijke belangen. Organisaties kunnen dit niet alleen, overheden zullen moeten ondersteunen.

De belangrijkste bevindingen uit het rapport op een rij:

Tempo adoptie technologie versnelt

Het tempo van de adoptie van technologie gaat naar verwachting onverminderd door en zou kunnen versnellen in sommige sectoren. De adoptie van cloud computing, big data en e-commerce blijven hoge prioriteiten conform de trend in voorgaande jaren. Er is echter ook een aanzienlijke stijging te zien van de belangstelling voor encryptie, ‘non-humanoïde robots’ en kunstmatige intelligentie.

Dubbele verstoring

Automatisering, in combinatie met de COVID-19 recessie, veroorzaakt een ‘dubbele verstoring’. Naast de huidige verstoring van de lockdowns en economische krimp, zal technologische adoptie door organisaties, taken, banen en vaardigheden richting 2025 transformeren.

Per saldo meer banen

Het aantal banen dat zal verdwijnen wordt overtroffen door het aantal nieuwe banen. Het ontstaan van nieuwe banen zal wel vertragen, terwijl het verdwijnen van huidige banen versneld. Dit in tegenstelling tot voorgaande jaren. De schatting is dat tegen 2025 de werkzaamheden van 85 miljoen banen kunnen worden verricht door machines. En dat terwijl er 97 miljoen nieuwe rollen kunnen ontstaan die meer aangepast zijn aan de nieuwe arbeidsverdeling tussen mensen, machines en algoritmen.

Groot tekort aan de juiste ‘skills’

De vaardigheidstekorten blijven groot, omdat de vraag naar vaardigheden blijft veranderen in de komende vijf jaar. Topvaardigheden en vaardigheidsclusters zijn in de toekomst van werken naar verwachting onder meer ‘kritisch denken’, analytische vaardigheden en probleemoplossend vermogen, maar ook vaardigheden in zelfmanagement zoals actief leren, veerkracht, stresstolerantie en flexibiliteit.

De toekomst van werken is nu

De toekomst van werken is er al voor een grote meerderheid van de (online) kenniswerkers. 84% van de werkgevers zijn ingesteld om werkprocessen snel te digitaliseren. Dit is inclusief een aanzienlijke uitbreiding van ‘werken op afstand’ – met het potentieel van 44% van het personeel dat op afstand werkt.

Om zorgen over productiviteit en welzijn aan te pakken, verwacht ongeveer een derde van alle werkgevers stappen te ondernemen door aan ‘community building’ te gaan doen. De bedoeling hiermee is om een ??gemeenschapsgevoel te creëren en verbinding en verbondenheid tussen medewerkers te bevorderen door middel van digitale tools.

Meer ongelijkheid

Door gebrek aan proactieve inspanningen, wordt ongelijkheid waarschijnlijk verergerd door de dubbele impact van technologie en de pandemische recessie. Banen vervuld door lage loonarbeiders, vrouwen en jongere werknemers werden in de eerste fase van de pandemie harder geraakt door de economische krimp. In vergelijking met de impact van de wereldwijde financiële crisis van 2008 op personen met een lager opleidingsniveau, is de impact van de COVID-19-crisis veel groter.

Online leren in opkomst

Online leren en trainen is in opkomst, maar ziet er anders uit voor mensen met een baan dan voor degenen die werkloos zijn. Er is een:

  • Verviervoudiging van het aantal individuen die op eigen initiatief mogelijkheden zoeken voor online leren;
  • Een vervijfvoudiging van het werkgeversaanbod van online leermogelijkheden voor hun werknemers;
  • En een negenvoudige toename van het aantal inschrijvingen voor online leren via overheidsprogramma’s.

Degenen met een baan zijn meer de nadruk gaan leggen op persoonlijk ontwikkeling, met een groei van 88%. Mensen die werkloos zijn hebben meer nadruk gelegd over het aanleren van digitale vaardigheden zoals data-analyse, informatica en informatietechnologie.

Minder tijd voor om- en bijscholing

De tijd om medewerkers om- en bij te scholen door werknemers is korter geworden in de nieuwe krappe arbeidsmarkt. Dit geldt voor zowel werknemers die waarschijnlijk hun rol behouden, als voor degenen die het risico lopen hun rol te verliezen als gevolg van de stijgende werkloosheid, en die zich niet meer tijdens werk kunnen omscholen. Voor werknemers die in hun rol blijven, zal het aandeel kernvaardigheden dat verandert in de komende vijf jaar zo’n 40% zijn en 50% van alle werknemers zullen bijgeschoold moeten worden.

Investeren in mensen

Ondanks de huidige economische neergang, erkent de overgrote meerderheid van de werkgevers de waarde van investeren in ‘menselijk kapitaal’. Gemiddeld 66% van de ondervraagde werkgevers verwacht binnen een jaar een rendement op de investering in bij- en omscholing te krijgen. Deze tijdshorizon dreigt echter ook te lang te zijn voor veel werkgevers in de context van de huidige economische schok. Bijna 17% is daarom onzeker over het behalen van enig rendement op hun investering. Werkgevers verwachten gemiddeld  iets meer dan 70% van hun werknemers omscholing en bijscholing aan te bieden in 2025. De betrokkenheid van medewerkers bij die cursussen blijft echter behoorlijk achter, met slechts 42% van de werknemers die gebruik maken van door de werkgever ondersteunde omscholing en bijscholing kansen.

Duurzame benadering

Bedrijven moeten investeren in betere maatstaven van menselijk en sociaal kapitaal. Dit moeten zij doen door ecologische, sociale en governance maatstaven te incorporeren, gecombineerd met een vernieuwing van de benadering van de waardering van ‘menselijk kapitaal’. Een aanzienlijk aantal leiders van organisaties begrijpt dat het omscholen van werknemers, met name in coalities van bedrijven en in publiek-privaat samenwerkingen, zowel kosteneffectief is als een aanzienlijk dividend geeft op middellange tot lange termijn. Niet alleen voor hun onderneming, maar ook ten behoeve van de samenleving in het algemeen. Bedrijven hopen bijna 50% van de werknemers intern opnieuw in te zetten nadat hun huidige rol vervangen is door technologische automatisering en vergroting, in plaats van inzetten op ontslag.

Steun van overheden

De publieke sector moet sterker ondersteunen bij de om- en bijscholing voor mensen die ontslagen zijn of dreigen te worden. Momenteel geeft slechts 21% van de bedrijven aan in staat te zijn om gebruik te maken van publieke middelen om hun werknemers om of bij te scholen. De publieke sector zal prikkels moeten creëren voor investeringen in de markten en banen van morgen.  Zo zullen zij moeten zorgen voor sterkere vangnetten voor medewerkers die ontslagen zijn of worden, middenin de huidige transitie van werk en zullen zij resoluut door moeten pakken met de al lang durende verbeteringen aan onderwijs- en opleidingssystemen. Bovendien is het belangrijk dat regeringen de gevolgen voor de arbeidsmarkt op de langere termijn in ogenschouw houden. Dit is belangrijk bij beslissingen over handhaving en terugtrekking of gedeeltelijke voortzetting van de sterke COVID-19-crisisondersteuning die ze momenteel verstrekken om lonen te ondersteunen en banen te behouden.


[1] Future of Jobs Report 2020

Gepost door Redactie HRcommunity

De redactie van HRcommunity brengt de meest interessante content, events en interviews voor HR-professionals samen.