In augustus 2020 begon Piet Hein Porcelijn aan zijn nieuwe baan als hoofd HRM van Ronduit Onderwijs, een stichting voor openbaar basisonderwijs in Noord-Holland. De coronacrisis was net enkele maanden bezig en het onderwijs en de leraren lagen onder een vergrootglas. Nu, bijna een jaar later, kijkt Porcelijn terug op die periode en vertelt hoe het lerarenberoep volgens hem zal veranderen. 

Voor HR ligt er met name één grote uitdaging in het verschiet, stelt hij: ‘Hoe gaan we het vak van de leraar aanpassen op wat we de afgelopen periode hebben meegemaakt?’ Lesgeven op afstand werd de norm, gerealiseerd dankzij de creativiteit en flexibiliteit van leraren. ‘In veel sectoren zien we dat thuiswerken omarmd wordt. Dat hoop ik ook voor het onderwijs. Dat lukt misschien niet meteen, maar op den duur zou het voor veel leraren aantrekkelijk zijn als ze deels thuis kunnen werken. Ook in het basisonderwijs.’

Veranderingen in het beroep van leraren

Maar niet alleen de behoeften van leraren verschuiven, ook de eisen die aan hen gesteld worden. Zo is het lerarenberoep zoals veel beroepen door technologische vernieuwingen enorm veranderd. Een klas zonder digiboard is eerder uitzondering dan regel. En ook onderwijsinhoudelijk: veel leraren schenken aandacht aan mediawijsheid en digitale vaardigheden. 

‘Maar technologie is niet het enige wat het lerarenberoep verandert’, zegt Porcelijn. Ook ouders doen een duit in het zakje. Zij zijn volgens Porcelijn dominanter dan ooit. ‘Mondige ouders kenden we al, maar door de coronacrisis zitten ouders meer op de ontwikkeling van hun kind dan voorheen. Dat is niet vreemd: sinds de crisis begon, gaat er extra veel aandacht naar veiligheid. Scholen zijn veel tijd kwijt met laten zien dat het onderwijs niet alleen kwalitatief op orde is, maar ook op een veilige manier plaatsvindt.’

Hoewel leraren met de meeste ouders een goede verstandhouding weten op te bouwen, is het onmiskenbaar dat de toon op sommige vlakken is verhard: in het nieuws verschenen de afgelopen jaren verschillende rechtszaken die ouders tegen de school van hun kind hadden aangespannen. Ook Porcelijn kan erover meepraten: bij zijn vorige werkgever SRK Rechtsbijstand kwamen geregeld ouders die het oneens waren met het schooladvies voor hun kind. ‘Ouders stappen sneller naar de rechter en scholen voelen zich gedwongen om zich steeds verder in te dekken. Daardoor komen ze steeds meer tegenover elkaar te staan. Een basis van vertrouwen is soms ver te zoeken.’

Scholen kunnen op diverse manieren voorkomen dat de relatie verzuurt door tijd te steken in kennismakingen, geregeld informatie over de voortgang van het kind te geven en ouderbijeenkomsten te organiseren. Maar het belangrijkste is misschien wel dat ze ondanks alles een open dialoog proberen gaande te houden. Porcelijn: ‘Juist dat kan lastig worden als één partij vooral bezig is zijn gelijk te halen. Als ouders alleen maar naar je toe komen om eisen op tafel te leggen, moet je als onderwijsprofessional sterk in je schoenen staan. Het risico bestaat dat je het zelf ook hard gaat spelen. Daar heeft uiteindelijk niemand voordeel van.’

Werkplezier vasthouden

Gelukkig ziet hij veel leraren die zich niettemin met veel overgave op hun werk storten. ‘Het enthousiasme in het onderwijs is ontroerend. De uitdaging is om dat enthousiasme vast te houden.’ Porcelijn ziet dat startende leraren hiervoor vooral in de eerste twee jaar van hun loopbaan extra moeite moeten doen: ‘Als ze door die jaren heen zijn, redden ze het bij ons meestal wel.’ Startende leraren zijn vooral bezig met wennen aan de organisatie en beter grip krijgen op hun rol. Beruchte struikelblokken zijn orde houden in de klas en rekening houden met verschillen tussen leerlingen. Porcelijn: ‘Starters verkijken zich soms op wat het werk inhoudt. Ze hebben soms een heel romantisch idee van hoe het is om leraar te zijn en ontdekken dat de praktijk weerbarstig is of dat de school andere verwachtingen heeft dan zij. Dan heb je twee opties: die realiteit onderkennen en jezelf veranderen en ontwikkelen, of afhaken.’ 

De meeste leraren kiezen gelukkig voor dat eerste. Om ze zo goed mogelijk door die eerste periode heen te helpen krijgen alle starters bij Ronduit Onderwijs een coach, een ervaren collega die vraagt hoe het gaat en meedenkt over welke ontwikkelpunten prioriteit verdienen. ‘Het is zo zonde als een leraar een vierjarige opleiding heeft doorlopen en dan alsnog afknapt. Zorgvuldige begeleiding vanuit de school is onmisbaar.’

Help stille collega’s

Maar niet alle uitval in het onderwijs valt te wijten aan verkeerde verwachtingen of werkinhoud. Porcelijn: ‘Het zit vaak complexer in elkaar. Veel uitval betreft mensen die in het spitsuur van hun leven zitten: ze krijgen kinderen, kopen hun eerste huis en gaan aan de slag in een veeleisende baan. Die combinatie vraagt om een groot organisatievermogen en een flinke dosis zelfkennis. Het liefst heb ik als HR-professional dat mensen het tijdig zeggen als de taken hen boven het hoofd groeien, maar juist in het onderwijs is er soms de neiging om door te gaan tot je omvalt. Dat is afschuwelijk.’

Niet voor niets richten veel HR-professionals in het onderwijs zich nadrukkelijk ook op preventie: medewerkers bewust maken van de eerste tekenen van overspannenheid en adviseren over stressvermindering. Porcelijn: ‘Ik maak me weinig druk over leraren die voortdurend klagen over werkdruk. Zij geven immers een duidelijk signaal af. Daar kunnen we wat mee. Juist de stille collega’s zijn zorgwekkend.’ De komende tijd wil hij kijken of een buddy-systeem toegevoegde waarde kan hebben binnen zijn organisatie: collega’s die elkaar af en toe spreken over hoe het gaat en steun bieden waar mogelijk.

HR-strategie: flexibiliteit

Om de bemanning op alle scholen op peil te houden werkt Ronduit Onderwijs met diverse arbeidsconstructies, van voltijders in vaste dienst tot mensen op oproepbasis of met een deeltijdcontract in een schooloverstijgende flexpool. Dankzij deze constructies is de organisatie niet alleen flexibel, maar ontstaat er ook ruimte voor hybride leraren, mensen die hun onderwijsbaan willen combineren met ander werk. 

Een positieve ontwikkeling vindt Porcelijn de opkomst van zij-instromers. Veel zij-instromers hebben werkervaring uit een andere sector of functie en zijn gemiddeld ouder dan studenten die net van de pabo komen. ‘Door hun eerdere werkervaring staan ze met een ander soort wijsheid voor de klas. Ze reflecteren makkelijker op wat ze doen en hebben meer zelfvertrouwen.’ Tijdens de speciale opleidingstrajecten krijgen zij-instromers direct een klas toegewezen en treden ze als medewerker in dienst, terwijl ze ondertussen les krijgen over didactiek en pedagogiek. ‘Ook voor hen is goede begeleiding cruciaal. We willen ze niet alleen in het zadel helpen, maar ook dat ze er blijven.’

Eenvoudigere cao

Ook Porcelijn zelf hoopt nog een tijd mee te gaan in het onderwijs. ‘De sector heeft een heel eigen karakter: heel sociaal en dynamisch en met veel bevlogen mensen. Dat levert voor mij als HR-professional heel specifieke vraagstukken op: hoe houden we rekening met alle verschillende behoeften? Hoe spelen we goed in op de wereld van morgen? Dat is leuk.’

Maar als hij iets mag wensen voor de sector, dan is het een eenvoudigere cao. ‘Zelfs voor mij als ervaren HR-man weet ik soms niet waar ik moet beginnen. De cao is een woud waarin je snel de weg kwijtraakt. Los van de vraag of de beloningen voldoende zijn, kan een eenvoudigere cao meer duidelijkheid en rust geven. En dat gun ik iedereen.’

Gepost door Winnifred Jelier

Laat een opmerking achter.