De term ‘vrijmoedigheid’ wordt nog maar weinig gebruikt. Dat is jammer, want het drukt precies uit waar het bij psychologische veiligheid om gaat: ‘vrij zijn’ en de ‘moed hebben’ om je mening te geven. Om anderen aan te spreken. Om pal voor anderen te gaan staan, wanneer je meent dat zij onterecht worden buitengesloten. Om tegen de stroom in te gaan. Om niet mee te gaan in de stroom van klachten, maar op zoek te gaan naar lichtpuntjes. Om niet meteen de schuld in de schoenen van anderen te schuiven, maar om eerst bij jezelf te rade te gaan.
Vrijmoedigheid heeft te maken met onafhankelijkheid, ongedwongen- en onbevangenheid, openhartigheid, eerlijkheid en oprechtheid (‘frank en vrij’), met onbevreesd en dapper zijn. Wie vrijmoedig is, voelt zich autonoom. Die is geen pion die op het speelveld wordt verschoven, maar kan zelf het spel beïnvloeden.
Hoe zorg je voor vrijmoedig gedrag bij jezelf en in je team of organisatie? Door het stimuleren en versterken van drie processen: autonomie tonen, zelfvertrouwen ontwikkelen en radicale openhartigheid koesteren. Zijn deze processen niet of onvoldoende ingevuld, dan slaat autonomie om in volgzaamheid, zelfvertrouwen in zelftwijfel en radicale openhartigheid in zwijgzaamheid.