Tags: flexibele schil, inhuur, inhuurbeleid, schijnzelfstandigheid, Wtta

Inhuur van personeel hoort bij HR, niet bij Inkoop: 5 gouden tips

Waarom inhuur van personeel bij HR hoort en niet bij Inkoop: Wet DBA, rechtsvermoeden en Wtta uitgelegd, plus 5 gouden tips om inhuur goed te regelen.

In het kort

Waarom hoort de inhuur van personeel bij HR en niet bij Inkoop?

Omdat inhuur in de kern een vraag over arbeidsrelaties is, niet over leveranciers. Sinds de Belastingdienst in 2025 weer handhaaft op schijnzelfstandigheid en met de komst van de Wtta per 2027 ligt het risico van een verkeerd gekwalificeerde arbeidsrelatie of een niet-toegelaten uitlener bij de opdrachtgever zelf. Die beoordeling vraagt arbeidsrechtelijke kennis die bij HR zit.

Welke wetgeving maakt HR-regie over inhuur urgent?

Drie sporen: de handhaving op schijnzelfstandigheid (met vergrijpboetes vanaf 2026), het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder de 38 euro en de Wtta. Onder die laatste wet mogen inleners vanaf 1 januari 2028 alleen nog werken met uitleners die in het openbare register van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt staan.

Wat blijft de rol van Inkoop en de lijn?

Inkoop blijft waardevol voor tariefafspraken en leveranciersmanagement, de lijn voor de inhoudelijke behoefte en de dagelijkse samenwerking. HR houdt de regie: het inhuurbeleid, de toets op de arbeidsrelatie en de integratie van inhuur in de strategische personeelsplanning.

Inhuur is in veel organisaties van oudsher belegd bij Inkoop, of bij de manager die snel capaciteit nodig heeft. Die verdeling past niet meer bij de werkelijkheid van 2026. Volgens het CBS (2026) is vier op de tien werkenden in Nederland flexwerker, en de wetgever legt de verantwoordelijkheid voor een juiste inzet van die flexibele schil nadrukkelijk bij de opdrachtgever en de inlener. Door de hervatte handhaving van de Belastingdienst, het rechtsvermoeden bij lage uurtarieven en de Wtta verschuift inhuur van een inkoopvraag naar een arbeidsrechtelijke en strategische vraag. Dit artikel zet uiteen waarom de regie over inhuur bij HR hoort, welke wet- en regelgeving daarbij bepalend is en geeft vijf gouden tips om inhuur toekomstbestendig in te richten.

4 op de 10 werkenden is flexwerker: inhuur is een structureel deel van het personeelsbestand

De cijfers laten weinig ruimte voor misverstand. In het tweede kwartaal van 2026 telde Nederland ongeveer 2,7 miljoen werknemers met een flexibele arbeidsrelatie en 1,1 miljoen zzp’ers, samen afgerond 3,9 miljoen flexwerkers (CBS, 2026). Daarmee is de flexibele schil geen buffer aan de rand van de organisatie, maar een vast bestanddeel van de manier waarop werk wordt georganiseerd. Opvallend is ook de verschuiving binnen die schil. Het CBS (2026) meldt dat er in het eerste kwartaal van 2026 voor het derde kwartaal op rij meer flexwerknemers waren dan een jaar eerder, vooral oproep- en invalkrachten en tijdelijke werknemers zonder uitzicht op een vast contract. Het aantal uitzendkrachten nam juist af. Organisaties zoeken hun wendbaarheid dus steeds vaker in andere contractvormen, en de keuze tussen die vormen is bij uitstek een vraagstuk van organisatie- en contractontwerp.

Internationaal onderzoek bevestigt dat organisaties hier nog niet op zijn ingericht. In de Global Human Capital Trends-survey onder 10.000 business- en HR-leiders in 105 landen gaf slechts 16 procent aan zeer goed voorbereid te zijn op het werken met een zogenoemd workforce ecosystem, waarin vaste en externe werkenden als één geheel worden gestuurd (Deloitte, 2023). Waar inhuur uitsluitend via een inkoopsysteem loopt, ontbreekt het de HR-functie aan zicht op wie er feitelijk werkt, welke kennis daarmee binnenkomt of weglekt en welke arbeidsrechtelijke risico’s er lopen. Dat is een blinde vlek in de strategische personeelsplanning.

Waarom Inkoop en de lijn de risico’s van inhuur onderschatten

Inkoop stuurt op tarief en leverancier

De logica van Inkoop is helder en op zichzelf waardevol: prijs, volume, leveranciersselectie en contractvoorwaarden. Maar of iemand zelfstandige of werknemer is, hangt niet af van het contract. Doorslaggevend zijn de feitelijke omstandigheden, zoals de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest (2023) nog eens benadrukte: gezag, inbedding in de organisatie en de mate van ondernemerschap. Een opdrachtovereenkomst die inkooptechnisch perfect is ingericht, kan in de praktijk gewoon een arbeidsovereenkomst zijn.

De lijn stuurt op snelheid

Leidinggevenden willen vooral dat het werk doorgaat. Juist in de dagelijkse praktijk ontstaat het risico: de ingehuurde professional draait mee in het rooster, krijgt dezelfde taken als collega’s in loondienst en wordt aangestuurd zoals een werknemer. Dat zijn precies de omstandigheden waarop de Belastingdienst toetst.

Een intermediair verschuift het risico niet

Veel organisaties denken het probleem op te lossen door zzp’ers via een bemiddelaar in te huren. De Belastingdienst (2025) signaleert dit patroon expliciet in het handhavingsplan: opdrachtgevers lijken het risico van een onjuiste kwalificatie naar de tussenpersoon te willen verschuiven. De fiscus werkt daarom aan inzicht in de hele keten of driehoek. Daarbij komt dat de inlener via de inleners- en ketenaansprakelijkheid kan worden aangesproken voor onbetaalde loonheffingen en loon.

Wet DBA, rechtsvermoeden onder 38 euro en Wtta: drie wettelijke redenen voor HR-regie

Handhaving op schijnzelfstandigheid sinds 2025

Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium opgeheven en kan de Belastingdienst weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen, in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025 (Belastingdienst, 2025). Voor 2026 is de zachte landing gedeeltelijk verlengd: er worden geen verzuimboetes opgelegd, maar vergrijpboetes bij opzet of grove schuld wel. Een controle start in principe met een bedrijfsbezoek. Het ingroeimodel loopt tot 2030, wat betekent dat de handhaving de komende jaren eerder toeneemt dan afneemt.

Rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief

Het kabinet heeft het verduidelijkingsdeel uit het wetsvoorstel Vbar geschrapt; daarvoor in de plaats komt later een Zelfstandigenwet (Tweede Kamer, 2026). Het rechtsvermoeden blijft wel overeind: bij een uurtarief onder de 38 euro (prijspeil 1 januari 2026) wordt een arbeidsovereenkomst vermoed en moet de opdrachtgever aantonen dat van echt ondernemerschap sprake is. De Tweede Kamer stemde in april 2026 in met dit voorstel. Ook Europees is dit de richting: de Platformwerkrichtlijn (Richtlijn (EU) 2024/2831) introduceert een vergelijkbaar rechtsvermoeden en moet uiterlijk 2 december 2026 zijn omgezet.

Wtta: alleen nog inlenen bij toegelaten uitleners

De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten treedt op 1 januari 2027 in werking (Rijksoverheid, 2025). De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt beoordeelt aanvragen vanaf 1 juli 2027 en houdt een openbaar register bij. Vanaf 1 januari 2028 mogen organisaties alleen nog inlenen bij uitleners die in dat register staan; wie dat niet doet, riskeert een bestuurlijke boete van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Nederlandse Arbeidsinspectie, 2026). De wet geldt breed: voor uitzendbureaus, detacheerders, payrollbedrijven en organisaties die incidenteel personeel uitlenen. Daarnaast blijft het gelijkebehandelingsbeginsel uit de Europese Uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG), verankerd in de Waadi, onverkort van kracht.

Van inkoopcategorie naar total workforce: de strategische rol van HR

Deloitte (2023) pleit ervoor de volledige pool van werkenden te zien als één ecosysteem, waarin alle typen werkenden als waardevol en integraal onderdeel van de organisatie worden behandeld. Voor de HR-functie betekent dit dat strategische personeelsplanning al het werk omvat, ongeacht de contractvorm. De kernvraag verschuift van ‘wie kopen we in?’ naar ‘welke kennis en vaardigheden willen we duurzaam in huis hebben, en wat organiseren we bewust flexibel?’. Die make-or-buy-afweging raakt kennisborging, opvolging, cultuur, veiligheid en gelijke behandeling, allemaal domeinen waarin HR verantwoordelijkheid draagt.

Dat betekent niet dat Inkoop en de lijn buitenspel staan. Een werkbare rolverdeling ziet er zo uit: HR is eigenaar van het inhuurbeleid, de kwalificatietoets en de risicobeheersing; Inkoop verzorgt leveranciersselectie, raamovereenkomsten en tarieven binnen die kaders; de lijn formuleert de inhoudelijke behoefte en werkt dagelijks met de externe professional volgens de afgesproken spelregels. Leg die verdeling vast in een RACI, zodat eigenaarschap niet opnieuw versnippert.

5 gouden tips om inhuur goed te regelen

1. Beleg het eigenaarschap van inhuurbeleid formeel bij HR

Laat de directie vastleggen dat HR eigenaar is van het inhuurbeleid en het inhuurproces, met een heldere mandaatregeling voor Inkoop en de lijn. Zonder formeel eigenaarschap blijft HR adviseren achteraf.

2. Voer een poortwachterstoets uit vóór elke opdracht

Bepaal vooraf per inzet welke contractvorm past: vast, tijdelijk, uitzending, detachering of zelfstandige. Toets op gezag, inbedding en ondernemerschap, controleer het uurtarief tegen de grens van 38 euro en herhaal de toets bij iedere verlenging. Juist langdurige opdrachten verschuiven ongemerkt richting een dienstverband.

3. Maak de Wtta-check onderdeel van leveranciersbeheer

Inventariseer nu alle uitleners, inclusief doorleenconstructies en payroll. Neem in contracten op dat de uitlener tijdig toegelaten moet zijn en controleer vanaf juli 2027 periodiek het NAU-register. Zo voorkomt de organisatie dat zij per 1 januari 2028 onbedoeld in overtreding is.

4. Breng de totale flexibele schil in beeld

Bouw één overzicht van alle werkenden, intern en extern: aantallen, functies, looptijden, kosten en risicoprofiel. Koppel dat aan de strategische personeelsplanning, zodat structureel ingehuurde kennis zichtbaar wordt en de keuze voor vast of flexibel bewust kan worden gemaakt.

5. Train leidinggevenden in het werken met externen

Het risico ontstaat in de dagelijkse uitvoering. Leer leidinggevenden het verschil tussen het aansturen van een werknemer en het samenwerken met een zelfstandige, en borg afspraken over onboarding, kennisoverdracht en afscheid.

Conclusie: inhuur vraagt HR-regie vóór 2027

Met 3,9 miljoen flexwerkers, vier op de tien werkenden, is inhuur een structureel onderdeel van het Nederlandse personeelsbestand (CBS, 2026). De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer en kan in 2026 vergrijpboetes opleggen, onder de 38 euro per uur geldt straks een rechtsvermoeden van werknemerschap en vanaf 1 januari 2028 mogen organisaties alleen nog inlenen bij toegelaten uitleners. Tegelijk is slechts 16 procent van de organisaties zeer goed voorbereid op het sturen van een gemengd personeelsbestand (Deloitte, 2023). Dat maakt inhuur tot een arbeidsrechtelijk en strategisch vraagstuk, en daarmee tot het domein van HR. De concrete uitsmijter: agendeer nog dit najaar het eigenaarschap van inhuur in het MT en start vóór 1 januari 2027 met een volledige inventarisatie van de flexibele schil en alle uitleners. Wie dan de regie heeft, staat klaar voor de Wtta en de Zelfstandigenwet.

Bronnen & Inspiratie

Tags: flexibele schil, inhuur, inhuurbeleid, schijnzelfstandigheid, Wtta
Je moet om een reactie te plaatsen.
Ook Interessante Artikel

Blijf op de hoogte


Laatste nieuws

Kalender

WORD LID

Met HRcommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van HRcommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.