Het onverklaarbare deel van het salarisverschil tussen mannen en vrouwen in het midden- en kleinbedrijf neemt weer toe. Volgens de najaarsmeting van Van Spaendonck ligt de gecorrigeerde loonkloof nu op 1,4%, tegen 1,2% een half jaar geleden. De analyse is gebaseerd op ruim 1,2 miljoen geanonimiseerde loonstroken van 145.000 mkb-bedrijven die via het salarisplatform Loket worden verloond.
Die stijging is opvallend, omdat de kloof de afgelopen jaren juist gestaag kromp. In 2018 lag het gecorrigeerde verschil nog op 2,6%; in het voorjaar van 2026 was dat bijna gehalveerd. Zonder correctie is het verschil veel groter: op basis van een 40-urige werkweek verdienen mannen gemiddeld 4.103 euro bruto per maand, vrouwen 3.701 euro. Dat is 10,9% minder. Het merendeel van dat verschil hangt samen met werkuren, functieniveau en ervaring. Wat na correctie resteert, laat zich niet objectief verklaren.
Aan de top is de kloof het breedst
Nergens is het verschil zo groot als in de directiekamer. Beschouw je alle directiefuncties als één functiegroep, dan verdienen vrouwen na correctie gemiddeld 21,5% minder dan mannen. In de voorjaarsmeting kwam de kloof onder directeuren nog uit op ruim 16%. Tegelijk stijgt het aandeel vrouwen aan de top maar mondjesmaat: van 21% in 2018 naar 26% in 2026.
Marc van Gaal van Van Spaendonck waarschuwt dat het lage gemiddelde een vertekend beeld geeft. Volgens hem moeten werkgevers steeds beter kunnen onderbouwen hoe zij functies waarderen en hoe salarissen worden vastgesteld.
Leeftijd, sector en beroep bepalen het beeld
Onder de oppervlakte verschilt de loonkloof sterk per groep. Bij jonge werknemers tot 30 jaar is het gecorrigeerde verschil met 0,2% vrijwel verdwenen. Bij 31- tot 50-jarigen stijgt het naar 1,5% en in de leeftijdsgroep van 51 tot en met 67 jaar loopt het op tot 3,3%.
Ook sectoren verschillen. De grootste kloof is te vinden in detailhandel en ambachten (3,7%), gevolgd door overig goederenvervoer (2,9%) en de agrarische sector (2,7%). Op functieniveau verdienen vrouwelijke verkoopmedewerkers in de detailhandel 5,3% minder dan mannelijke collega’s en ligt het verschil bij chauffeurs op 3,0%. Doktersassistenten laten het omgekeerde zien: daar verdienen vrouwen 7,7% meer.
Bovendien blijft de traditionele beroepenverdeling zichtbaar in de salarissen. Functies waarin vooral vrouwen werken, zoals secretariaat, frontoffice, HR en schoonmaak, leveren gemiddeld 3.737 euro per maand op. In typische mannenberoepen als servicemonteur, metaalbewerker en projectleider is dat 3.995 euro.
Loontransparantie legt ontbrekende structuur bloot
Voor veel mkb-werkgevers wordt uitlegbaarheid een lastige opgave. Ruim zes op de tien (61,1%) hanteren voor geen enkele medewerker een salarisschaal. Nog eens 23,6% werkt met een mengvorm en slechts 15,3% deelt het volledige personeelsbestand in via schalen. De cao is daarbij doorslaggevend: zonder cao ontbreken salarisschalen bij 84,5% van de werkgevers, met cao bij 44,1%. Bij kleine bedrijven zonder cao met hooguit tien medewerkers geldt dat zelfs voor 86,1%.
Dat gebrek aan structuur gaat knellen nu de Nederlandse invulling van de Europese richtlijn loontransparantie dichterbij komt. Het wetsvoorstel is dit voorjaar bij de Tweede Kamer ingediend en moet naar verwachting op 1 januari 2027 in werking treden. Werkgevers moeten dan kunnen aantonen dat hun beloning rust op een objectief en genderneutraal systeem van functiewaardering en -indeling. Een salarisschaal is geen vervanging voor zo’n systeem, maar het ontbreken ervan is vaak een teken dat de beloningsopbouw nog niet formeel is vastgelegd.
Voor HR betekent dit dat nu de tijd is om functiehuizen te toetsen, beloningsdata per functiegroep te analyseren en extra aandacht te geven aan het directieniveau, waar de verschillen het grootst zijn.
Bronnen: Van Spaendonck, najaarsmeting loonkloof mkb 2026; MKB Servicedesk, voorjaarsmeting 2026; Van Spaendonck, voorjaarsmeting 2026; Loyens & Loeff, stand wetsvoorstel loontransparantie.