Tags: beloningsbeleid, Functiehuis, Functieprofiel, functiewaardering, ORBA

Functiewaardering met ORBA: zo onderbouw je beloningsverschillen tussen functies

Hoe werkt ORBA, het functiewaarderingssysteem van AWVN? Vier hoofdkenmerken, referentiefuncties en de koppeling met salarisschalen uitgelegd.

Waarom verdient de teamleider laboratorium meer dan de redacteur, en de redacteur meer dan de inpakker? In veel organisaties is het antwoord op die vraag een mix van historie, onderhandeling en gevoel. Functiewaardering maakt er een onderbouwde keuze van. De brochure ORBA – Het instrument voor het onderzoeken, omschrijven en waarderen van functies van werkgeversvereniging AWVN legt uit hoe het meest gebruikte functiewaarderingssysteem van Nederland werkt.

Het is geen dik handboek, maar een compacte en toegankelijke introductie. Wie in een cao-sector werkt, komt ORBA vroeg of laat tegen: veel cao-functiehandboeken zijn erop gebaseerd. En nu gelijke beloning voor gelijkwaardig werk steeds harder wordt getoetst, is het de moeite waard om te snappen wat er onder de motorkap zit.

De drie belangrijkste vragen

1. Wat meet ORBA eigenlijk?
ORBA kijkt naar de functie, niet naar de persoon die haar uitvoert. Het vertrekpunt is de verwachte bijdrage van een functie aan het bedrijfsresultaat (de output). Daarna volgt de vraag welke beslissingen iemand moet nemen om die bijdrage te leveren (throughput) en welke kennis en vaardigheden daarvoor nodig zijn (input). Ten slotte tellen ook de werkomstandigheden mee. Dat levert vier hoofdkenmerken op: verwachte bijdrage, functionele beslissingen, vereiste bekwaamheden en werkgerelateerde bezwaren. Samen zijn die uitgewerkt in elf gezichtspunten, elk met eigen aspecten en gradaties waarop een functie scoort.

2. Hoe kom je van een waardering naar een salaris?
Functiewaardering bepaalt de rangorde van functies: welke functie is zwaarder dan welke. Functies die qua aard en bijdrage sterk op elkaar lijken, worden gebundeld in functiegroepen, en die groepen worden gekoppeld aan salarisschalen. Belangrijk detail: ORBA zegt in principe niets over welk salaris bij welke groep hoort. Dat blijft een beleidskeuze van de werkgever, of van cao-partijen. Het systeem levert dus de onderbouwing van beloningsverschillen, niet de bedragen zelf.

3. Wanneer heeft functiewaardering zin, en ben je daarna klaar?
De behoefte groeit naarmate een organisatie meer medewerkers en meer verschillende functies krijgt. Dan ontstaan makkelijk een onduidelijk functiehuis en beloningsverschillen die niemand meer kan uitleggen, met onrust als gevolg. Groei, krimp, een fusie, een overname of een nieuwe koers zijn goede momenten om het functiehuis op te zetten of bij te werken. Klaar ben je daarna niet: AWVN adviseert functieprofielen elke twee à drie jaar tegen het licht te houden, en bij grote veranderingen zo snel mogelijk.

De kern in cijfers

  • 1979: het jaar waarin AWVN ORBA introduceerde; met functiewaardering is de vereniging al sinds de jaren vijftig bezig
  • 1,5 tot 2 miljoen werknemers hebben naar schatting een functie die met ORBA is gewaardeerd
  • Duizenden bedrijven in ruim 70 branches werken met het systeem
  • 4 hoofdkenmerken en 11 gezichtspunten vormen het analysekader
  • 3 bouwstenen bij elke waardering: het functieprofiel, het analysekader en het referentiemateriaal
  • 4 onderdelen die minimaal in een functieprofiel moeten staan: positie, doel, resultaatverwachting en werkgerelateerde bezwaren
  • Elke 2 à 3 jaar: het advies voor het herzien van functieprofielen
  • 0%: het aandeel werkgerelateerde bezwaren in de score van de hoogste referentiefunctie (lid raad van bestuur); bij de laagste (inpakker) tellen ze juist flink mee

Drie bouwstenen: profiel, analysekader en referenties

Een waardering begint bij functieonderzoek. Wat is het gewenste resultaat, welke bijdrage verwachten we van iemand in deze functie, en wat is er nodig om die bijdrage te leveren? De uitkomst wordt vastgelegd in een functieprofiel. Daarin staan minimaal de positie van de functie in de organisatie, het doel, de resultaatverwachting (uitgewerkt in resultaatgebieden, kernactiviteiten en resultaatcriteria) en de werkgerelateerde bezwaren.

Dat profiel wordt vervolgens langs het analysekader gelegd. De brochure geeft een paar herkenbare voorbeelden. Bij functionele beslissingen gaat het om het verschil tussen ‘de enveloppen zijn op, bestel ik nieuwe?’ en ‘er is meer werk, neem ik mensen aan?’. Bij werkgerelateerde bezwaren denk je aan lawaai, langdurig in dezelfde houding werken, werken op hoogte of in stofvrije ruimtes, en aan persoonlijke risico’s.

De derde bouwsteen maakt ORBA sterk: het referentiemateriaal. Uit jarenlange toepassing in allerlei sectoren is een verzameling referentiefuncties ontstaan, het NORM-bestand (Nationaal ORBA Referentie Materiaal). Die functies dienen als ijkpunt. Over zowel de inhoud als de waardering van elke referentiefunctie bestaat consensus tussen AWVN en de vakbonden. Dat verklaart voor een groot deel het draagvlak van het systeem.

Generiek of specifiek, functies of rollen

Het interessantste deel van de brochure gaat over een keuze die elke organisatie moet maken: hoe gedetailleerd beschrijf je het werk? In een specifiek functiehuis krijgt elke functie een eigen profiel. Dat is herkenbaar voor medewerkers, maar ook onderhoudsgevoelig, en veel functies overlappen elkaar sterk. De operator afvulmachines doet in de kern hetzelfde werk als de operator sorteermachines.

Een generiek functiehuis beschrijft het werk op een abstracter niveau, aangevuld met specifieke outputniveaus. Dat maakt de organisatie wendbaarder: een operator die niet aan één deel van het proces vastzit, is breder inzetbaar. Daarnaast kiezen sommige organisaties voor rollen, vaak tijdelijke en persoonsgebonden onderdelen van het werk, zoals leidinggevende taken naast een functie als beleidsmedewerker. Generieke profielen en rollen worden meestal niet los gescoord, maar gewaardeerd door ze te vergelijken met herkenbare referentiefuncties. De boodschap: deze vormen kunnen prima naast elkaar bestaan, zolang de keuze bewust is gemaakt.

Een actueel functiehuis betaalt zich terug

De brochure somt vragen op waarmee werkgevers bij AWVN aankloppen. Hoe voeg je functies samen? Welke functies zijn uitwisselbaar bij een reorganisatie? Hoe schuif je na een fusie twee functiehuizen in elkaar? Hoe maak je een functie voor iemand met een arbeidsbeperking? Het zijn herkenbare HR-vraagstukken, en ze laten zien dat functiewaardering meer is dan een beloningsinstrument.

Een goed onderhouden functiehuis versnelt reorganisaties, omdat de uitwisselbaarheid van functies snel en objectief is vast te stellen. Het geeft een basis voor strategische personeelsplanning: welke formatie heb je straks nodig, en hoe verhoudt die zich tot de huidige? En het helpt bij jobcarving, het passend maken van werk voor mensen met een arbeidsbeperking. Wel een praktisch punt dat de brochure terecht noemt: voor het invoeren of wijzigen van een functiewaarderingssysteem is instemming van de ondernemingsraad nodig.

Onderdeel van een breder stuurmodel

AWVN plaatst ORBA binnen haar eigen HR-model, AWVN Performance Management (APM). Daarin hangen functieonderzoek, functiewaardering, competentiemanagement, salarisgroei, variabele beloning en beoordelen met elkaar samen, rond de verwachte resultaatbijdrage van elke medewerker. De modules kunnen los van elkaar worden ingevoerd. De brochure sluit af met een beschrijving van Profendo, een online tool van AWVN voor het beheren en bouwen van functieprofielen, met circa 250 voorbeeldprofielen.

Dat laatste deel is vooral informatie over de eigen dienstverlening van AWVN. Lees het als zodanig: de methode is breed gedragen, maar het model eromheen is één manier om haar in te bedden, niet de enige.

Conclusie en aanbeveling

Wie wil begrijpen hoe beloningsverhoudingen in een groot deel van Nederland tot stand komen, heeft aan deze brochure een snelle en heldere start. Voor HR-professionals zijn er drie directe lessen. Zorg dat je functieprofielen actueel zijn, want een waardering is nooit beter dan de beschrijving waarop zij rust. Maak een bewuste keuze tussen generiek en specifiek beschrijven, en leg die keuze uit aan medewerkers. En onthoud dat functiewaardering de rangorde onderbouwt, maar dat de koppeling aan salarisschalen een beleidskeuze blijft, waarover je zelf verantwoording aflegt.

Die verantwoording wordt belangrijker. Met de komende wet op loontransparantie moeten werkgevers kunnen aantonen dat gelijkwaardig werk gelijk wordt beloond. Een objectief functiewaarderingssysteem is daar een fundament voor, maar geen garantie: ook een neutraal systeem werkt alleen als functies van vrouwen en mannen even zorgvuldig worden beschreven. Lees daarover ook Loontransparantie: zo bereid je de beloningsrapportage voor in 13 stappen.

Let op: dit is de ORBA-brochure in de versie ‘Update 1-2021’; de gelinkte versie wordt gehost door de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF). De methode zelf is sindsdien in de kern niet veranderd, maar de beschrijving van Profendo, de contactgegevens en het overzicht van adviseurs kunnen verouderd zijn. Raadpleeg awvn.nl/orba voor de actuele informatie. De brochure gaat nog niet in op de EU-richtlijn loontransparantie.

Bron: AWVN (2021)

Tags: beloningsbeleid, Functiehuis, Functieprofiel, functiewaardering, ORBA
Ook Interessante Document

Blijf op de hoogte


Laatste nieuws

Kalender

WORD LID

Met HRcommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.

PUBLICEER

Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van HRcommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.