Inhuur van personeel hoort bij HR, niet bij Inkoop: 5 gouden tips
Waarom inhuur van personeel bij HR hoort en niet bij Inkoop: Wet DBA, rechtsvermoeden en Wtta uitgelegd, plus 5 gouden tips om inhuur goed te regelen.
Lees verderWerk verhuist van de vaste lijn naar netwerken, communities en platforms, en de wetgever schuift mee met de Wet DBA en de Wet platformwerk. Ontdek wat de cijfers zeggen en welke drie stappen HR nu kan zetten.
Platformwerk is nog maar 1 procent van de beroepsbevolking, maar de logica van netwerken verandert elke organisatie. Wat vraagt dat van HR?
Wat verandert er in de manier waarop organisaties zich organiseren?
Werk verschuift van de vaste lijn naar losser gekoppelde vormen: samenwerkingsverbanden tussen organisaties, communities van vakgenoten en digitale platforms. Medewerkers, zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) en externe partners werken steeds vaker samen rond opgaven in plaats van binnen één afdeling.
Hoe groot is de platformeconomie in Nederland?
Klein in omvang, groot in invloed. Volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) werkt ongeveer 1 procent van de beroepsbevolking via een platform, maar beïnvloedt de werkwijze van platforms de hele economie. De omzet van online platformen steeg tussen 2021 en 2023 met 73 procent, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Wat betekent dit voor HR?
Human Resources (HR) moet verder kijken dan de eigen loonlijst: sturen op opgaven in plaats van functies, kennisdeling over grenzen heen organiseren en arbeidsrelaties toetsen. Die laatste opdracht is urgent. De Belastingdienst handhaaft de Wet DBA sinds 1 januari 2025 weer volledig en Nederland werkt aan een Wet platformwerk.
De organisatie van vroeger had een duidelijke vorm: een hiërarchie, een organogram en een vaste plek voor iedere medewerker. Die vorm staat onder druk. Werk verplaatst zich naar netwerken van teams, communities van vakgenoten en platforms die vraag en aanbod van arbeid bij elkaar brengen, vaak dwars door de grenzen van de organisatie heen.
Voor ons als HR-vak is dit geen managementtrend, maar een kernvraag. Hoe organiseer je werk als niet iedereen in dienst is? Wie hoort erbij? En wie is verantwoordelijk voor ontwikkeling en bescherming wanneer de vaste dienstbetrekking niet langer vanzelfsprekend is?
Drie bewegingen lopen hier door elkaar. De netwerkorganisatie draait om samenwerking tussen organisaties en tussen relatief zelfstandige teams. Communities draaien om kennisdeling tussen vakgenoten, binnen en buiten de organisatie. Platformwerk draait om de arbeidsrelatie: werk dat via een app of website wordt verdeeld. Ze delen één noemer: werk organiseert zich steeds vaker buiten de lijn.
Airbnb, Uber, Marktplaats en Werkspot hebben de manier veranderd waarop Nederlanders werken, winkelen en diensten afnemen. Het CBS noemt ze als bekende voorbeelden in de Monitor online platformen 2023. Hoeveel platforms er precies zijn, is lastig te meten. Het CBS telde er 1.505 in 2023, tegen 1.551 een jaar eerder, maar waarschuwt dat de ontwikkeling zonder officieel register niet betrouwbaar is vast te stellen. De economische betekenis is duidelijker: de omzet van online platformen steeg tussen 2021 en 2023 met 73 procent.
Het aandeel mensen dat via een platform werkt, is bescheiden. De SER becijferde in 2020 dat platformwerkers ongeveer 1 procent van de beroepsbevolking uitmaken. Dat cijfer is inmiddels zes jaar oud, maar de kern van de SER-boodschap is actueel gebleven: de werkwijze van de platformeconomie beïnvloedt ook de rest van de economie.
Organisaties die nooit een klusplatform hebben gebruikt, herkennen dezelfde principes: kortdurende opdrachten, flexibele inzet en steeds vaker datagedreven aansturing. De grens tussen platformwerk en gewone flexibele inhuur vervaagt. Kijk daarom niet alleen naar de eigen loonlijst, maar naar alle arbeidsrelaties waarmee de organisatie werk laat verrichten.
Onder deze cijfers ligt een diepere verschuiving. Complexe problemen zijn alleen aan te pakken als organisaties samenwerken, stellen Patrick Kenis en Bart Cambré in hun boek Organisatienetwerken (2019). Individuele organisaties kunnen die complexiteit niet aan en moeten hun expertise ‘noodgedwongen verbinden aan die van andere’. Waar de klassieke organisatie steunt op verticale gezagslijnen en een scherpe buitengrens, werkt een netwerkorganisatie via horizontale verbindingen tussen teams, afdelingen en externe partners.
Deloitte ziet dezelfde beweging binnen organisaties. Volgens de Global Human Capital Trends 2025, gebaseerd op ruim 13.000 respondenten in 93 landen, staan de traditionele ankers van stabiliteit onder druk: statische functieomschrijvingen, afgebakende teams en lineaire, interne loopbaanpaden. Dat levert wendbaarheid op, maar vraagt om nieuwe vormen van houvast. Deloitte vat die combinatie van stabiliteit en wendbaarheid samen als ‘stagility’.
De verschuiving raakt ook leren en ontwikkelen. Als kennis zich over netwerken verspreidt in plaats van binnen één afdeling, wie is dan verantwoordelijk voor ontwikkeling? Die vraag raakt direct aan duurzame inzetbaarheid, zeker voor mensen die niet in vaste dienst zijn.
Netwerken en platforms roepen een juridische vraag op: wie is waarvoor verantwoordelijk als werk niet via een vaste arbeidsovereenkomst loopt? De SER constateerde in 2020 al dat de arbeidsrelatie van platformwerkers, en van zzp’ers in het algemeen, onduidelijk is. De raad adviseerde snel besluiten te nemen en de Belastingdienst en de toenmalige Inspectie SZW, nu de Nederlandse Arbeidsinspectie, strenger te laten controleren. Inmiddels is die discussie omgezet in regels, langs twee sporen.
Spoor 1: de Wet DBA. Voor de meeste HR-afdelingen is dit de directe aanleiding om de inhuur te toetsen. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Stelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan die opdrachtgevers direct een correctieverplichting of naheffingsaanslag loonheffingen opleggen. Die gaat niet verder terug dan 1 januari 2025, behalve bij kwaadwillendheid. Sinds 1 januari 2026 zijn ook vergrijpboetes mogelijk.
Spoor 2: de Europese richtlijn platformwerk. Richtlijn (EU) 2024/2831 van 23 oktober 2024 geldt voor digitale arbeidsplatforms. Wijzen de feiten op gezag en aansturing, dan geldt een wettelijk vermoeden van een arbeidsrelatie. Het platform moet dan bewijzen dat daarvan geen sprake is. Dat vermoeden geldt niet in fiscale, strafrechtelijke en socialezekerheidsprocedures, tenzij een lidstaat dat zelf anders regelt. De richtlijn stelt ook eisen aan algoritmisch management: platforms moeten werkenden informeren over geautomatiseerde systemen, menselijk toezicht organiseren en mogen bepaalde gegevens, zoals iemands emotionele of psychologische toestand, niet verwerken. Een besluit om een account te beperken, op te schorten of te beëindigen moet door een mens worden genomen.
Lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk 2 december 2026 hebben omgezet. Het kabinet publiceerde op 29 juni 2026 het conceptwetsvoorstel Wet platformwerk, dat tot 24 augustus 2026 in internetconsultatie lag en daarna nog door het parlement moet. Platformwerkers die vinden dat ze eigenlijk werknemer zijn, kunnen zich op het rechtsvermoeden beroepen als aan twee van de vijf criteria is voldaan, zoals het bepalen van de beloning of het verdelen van opdrachten.
Gebruikt of bouwt je organisatie zelf een platform om werk te verdelen? Dan is de Wet platformwerk direct relevant. Voor gewone inhuur van zzp’ers blijft de Wet DBA het kader. Datagedreven aansturing van eigen teams valt buiten de richtlijn, maar de eisen aan transparantie en menselijk toezicht zijn een bruikbare maatstaf.
Verbreed de blik. HR stelt van oudsher het eigen personeelsbestand centraal. Werken in netwerken vraagt om regie over een breder geheel van medewerkers, zzp’ers, communities en platformpartners. Dat roept vragen op rond inclusie: wie krijgt toegang tot leren en ontwikkeling, en hoe voorkom je dat flexibel ingezette mensen buiten het zicht van HR-beleid vallen?
Stuur op opgaven in plaats van functies. Netwerken werken niet zonder structuur, maar met een ander soort structuur: heldere opgaven, gedeelde kaders en duidelijke afspraken. Voor HR betekent dit beleid voor rollen en bijdragen, ongeacht of die van een vaste medewerker, een zzp’er of een externe partner komen.
Organiseer kennisdeling. Als kennis zich over communities en netwerken verspreidt, moet HR dat delen faciliteren, bijvoorbeeld met interne communities of platforms voor kennisuitwisseling. Het loont: organisaties die het vermogen van mensen vergroten om te groeien, hun verbeelding te gebruiken en diep na te denken, rapporteren volgens Deloitte 1,8 keer vaker betere financiële resultaten.
De netwerkorganisatie is geen toekomstscenario. Platformwerk is klein, maar de werkwijze ervan sijpelt door, de omzet van platforms groeit en de traditionele ankers van stabiliteit staan onder druk. Tegelijk worden de regels strenger: de Wet DBA wordt gehandhaafd en de Wet platformwerk is in voorbereiding. Organisaties die nu in kaart brengen hoe werk buiten de lijn wordt georganiseerd, bouwen aan wendbaarheid zonder hun houvast te verliezen.
WORD LID
Met HRcommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
PUBLICEER
Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van HRcommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.