Bore-out … en dan?
Je kunt een volle agenda hebben en toch onderprikkeld raken op je werk. Ontdek hoe bore-out ontstaat, welke signalen je kunt herkennen en wat kan helpen om weer uitdaging, energie…
Lees verderVerzuimgesprekken bij psychische uitval lopen niet vast door gebrekkige protocollen, maar omdat het zenuwstelsel van de medewerker fysiologisch nog niet klaar is voor een cognitief gesprek. Ontdek welke lichaamssignalen HR kan lezen en hoe je begeleiding afstemt op de fase waarin iemand écht zit.
Als HR-professional ken je de Wet Verbetering Poortwachter op je duimpje. Je weet wanneer het eerste contact moet plaatsvinden, wanneer de probleemanalyse rond moet zijn en hoe je een plan van aanpak opbouwt. En toch loopt het verzuimgesprek bij psychische uitval geregeld vast. Niet omdat het protocol niet klopt, maar omdat het lichaam van de medewerker fysiologisch nog in overlevingsstand staat. Een gesprek met iemand die extreem hoog in spanning zit of helemaal is ingestort, is geen echt gesprek. Het is een formulier dat wordt ingevuld door iemand die nog niet aanwezig kán zijn.
Dit artikel kijkt naar wat HR-opleidingen vaak niet bieden: hoe het autonoom zenuwstelsel het verzuimgesprek beïnvloedt, welke signalen je kunt herkennen vóór én na uitval, en wat dat betekent voor het tempo van je begeleiding.
Volgens het CBS en de TNO Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden is werkdruk-gerelateerde uitval al jaren de grootste oorzaak van langdurig verzuim in Nederland. De NHG-Standaard Overspanning en Burn-out beschrijft drie fasen: een crisisfase (de eerste weken), een probleem- en oplossingsfase, en pas daarna een toepassingsfase. Cognitieve gesprekken (wat is er gebeurd, wat wil je, hoe gaan we re-integreren) passen bij fase twee en drie. Niet bij fase één.
Wat in de eerste weken in het lichaam gebeurt is fysiologisch. Het stress-systeem dat maandenlange belasting helpt dragen, die allostatische belasting (term van neurowetenschapper Bruce McEwen), heeft een eindige buffer. Bij overschrijding kantelt het zenuwstelsel niet langzaam maar abrupt: van een ontregelde maar nog actieve stand naar een beschermende uit-stand. In mijn spreekkamer zie ik regelmatig mensen die na maanden op adrenaline op één weekend zijn omgekanteld. Geen onwil; een systeem dat een veiligheidsknop heeft ingedrukt.
Het lichaam heeft, versimpeld, twee standen. Een aan-stand (het sympathische zenuwstelsel) en een uit-stand (het parasympathische zenuwstelsel). De aan-stand mobiliseert, de uit-stand herstelt. Voor een verzuimgesprek is dat onderscheid relevanter dan het klinkt: een gesprek vraagt om nadenken, voelen en communiceren tegelijk, en dat lukt alleen als die twee in balans zijn. Bij uitval is dat zelden zo.
Je hebt een tolerantievenster voor stress: een bereik waarbinnen je prettig kunt functioneren en je emoties, gevoelens en gedachten goed kunt beheersen. Het concept is oorspronkelijk beschreven door psychiater Dan Siegel (window of tolerance).

Binnen het venster ben je gereguleerd: nadenken, voelen en communiceren tegelijk lukt. Te lang erbuiten is niet goed, of dat nu boven het venster is (te lang in aan-stand, overprikkeld, hyperarousal) of eronder (te lang in uit-stand, onderprikkeld, hypoarousal). Bij overspanning zie je een patroon: iemand zit maandenlang te hoog, en kantelt op enig moment naar beneden in een onderprikkelde, parasympathische, vlakke staat. Het venster zelf wordt daarbij smaller. Er hoeft dan minder te gebeuren om iemand uit balans te brengen.
Daarom begint de eerste fase met rust en acceptatie. Niet met een plan, niet met afspraken over werkhervatting; eerst het venster ruimte geven om weer te verbreden. Dit is een model dat wij in de praktijk gebruiken, hier puur ter onderbouwing van wat je in een verzuimgesprek waarneemt.
Voor het verzuimgesprek is dit het cruciale onderscheid. De vraag voor jou als HR is niet “is dit gesprek volgens schema?”, maar “zit deze persoon nu in het venster?”.
In de weken en maanden vóór iemand uitvalt zijn er signalen. Niet bij iedereen dezelfde, en daarom is vroegsignalering lastig. Patronen die ik in mijn praktijk vaak terughoor in het verhaal “hoe het gegaan is”:
Dit verschilt per persoon. De ene medewerker wordt stil en trekt zich terug, de andere wordt juist extra actief en levert vlak vóór de val nog “het beste kwartaal ooit”. Patronen die afwijken van hoe je iemand kent zijn betekenisvoller dan een lijstje. Dit is niet om een diagnose te stellen, wél om een laagdrempelig gesprek te openen: “ik merk dat je de laatste tijd anders bent dan normaal, klopt dat?”.
Is iemand eenmaal uitgevallen, dan is vroegsignalering voorbij; dan tel je een ander soort signalen. Je hoeft geen psychosomatisch fysiotherapeut te zijn om ze te lezen. Ze zijn waarneembaar, ook via beeldbellen. Één signaal alleen zegt weinig. Twee of meer tegelijk, consistent door het gesprek heen, is een teken om het tempo te vertragen of het gesprek te verplaatsen.
De grootste valkuil is duwen. Vragen om plannen, prognoses, datums, terwijl het zenuwstelsel die informatie nog niet kan leveren. De effectievere keuze is rust met kader:
Een coach, praktijkondersteuner van de huisarts en een psycholoog werken voornamelijk via taal en cognitie. Dat is waardevol in fase twee en drie. In fase één, als het zenuwstelsel zelf nog ontregeld is, kan een lichaamsgerichte interventie complementair zijn omdat het helpt het lichaam te begrijpen en te ontspannen.
Als voorbeeld, psychosomatische fysiotherapie werkt expliciet op ademhaling, autonome regulatie, lichaamsbewustwording en herstel van basisritmes als slaap en beweging. Als slaap, ademhaling of basale lichaamsregulatie niet hersteld zijn, is cognitief werk zelden duurzaam. In de aanvullende verzekering van de meeste verzekeraars zit dit gedekt, vaak 9 tot 12 behandelingen per jaar. Relevant voor HR als een traject blijft hangen ondanks goede coaching, of als de medewerker weken na ziekmelding fysiek “niet zichzelf” is.
Het verzuimgesprek wordt vaak gezien als een procedureel instrument: afvinken, vastleggen, doorgang geven aan het Poortwachter-traject. Het werkt beter als je het ziet als een diagnostisch én relationeel instrument. Diagnostisch in de zin dat je in tien minuten kunt aflezen of cognitief werk nu zinvol is. Relationeel in de zin dat een gesprek dat past bij het venster waarin iemand zit, vertrouwen opbouwt. Vertrouwen is wat re-integratie uiteindelijk draagt.
Een medewerker die in de eerste weken merkt dat hij of zij gehoord wordt en dat HR de vermoeidheid van het lichaam ziet, niet alleen het dossier, is een medewerker die later in het traject sneller en duurzamer terugkomt. Dat is geen aanname. Het is wat fasering in de richtlijnen al beschrijft, vertaald naar wat ik elke dag in mijn spreekkamer zie binnenkomen, en wat jij morgen in een gesprek kunt waarnemen.
WORD LID
Met HRcommunity maken we het werkveld iedere dag een stukje beter en mooier. Meld je gratis aan als lid, maak verbinding, haal én breng kennis, maak je eigen ledenprofiel, connect met andere leden en meer.
PUBLICEER
Heb je een uniek en interessant artikel geschreven en denk je dat deze interessant kan zijn voor de leden van HRcommunity? Stuur deze dan in via het formulier en wij gaan er mee aan de slag.