‘Perspectief op werk’ – Aflevering 1

‘Perspectief op werk’ is een nieuwe reeks interviews over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van Nu & Straks. Jos van Langen onderzoekt hoe arbeid en werkgeverschap eruit gaan zien. Welke beroepen komen op en welke vaardigheden en mindset zijn essentieel om de arbeidsmarkt van morgen te kunnen overleven?

We zullen ons in de toekomst meerdere malen opnieuw moeten uitvinden. Deze zelfinnovatie is essentieel om werk en inkomsten te blijven genereren. Welke wijze lessen zijn te trekken voor organisaties en de werknemer van morgen?

Dit gesprek is met Fabian Dekker, arbeidssocioloog en publicist, en gaat over het moeizaam betreden en participeren op onze arbeidsmarkt

Wat is jouw drijfveer om met arbeid en arbeidsparticipatie bezig te zijn?

Ik denk twee redenen. Ten eerste ben ik onderzoeker. Ik ben nieuwsgierig naar verschillende facetten van arbeid. En ten tweede heb ik een idealistische drijfveer om zoveel mogelijk mensen naar die arbeidsmarkt te krijgen, specifiek voor het onbenut potentieel. Wij doen nu vooral onderzoek naar mensen met bijvoorbeeld een lagere opleiding, ex-gedetineerden en mensen met een arbeidsbeperking. Want ondanks dat het momenteel economisch goed gaat, staan nog te veel mensen langs de kant.

Ongeveer 1 miljoen mensen zitten nog in een uitkering (WW, bijstand of arbeidsongeschikt). En dan heb je nog een groep mensen met zorgtaken of met hele kleine baantjes. Een van mijn motieven is hen te betrekken en te activeren.

Hoe komt het dat nog zoveel mensen niet tot werk komen?

Ik denk dat tegenwoordig werkgevers meer eisen zijn gaan stellen. De afgelopen tien tot vijftien jaar zie je die tendens toenemen dat er van werkenden meer wordt gevraagd. Een grotere professionalisering, niet alleen over jouw vakkennis, maar ook over moderne vaardigheden daaromheen zoals empathisch vermogen, sociaal, analytisch, doorzettingsvermogen en flexibiliteit.

Als je wat minder verdiencapaciteiten hebt en minder toegevoegde waarde kunt bieden, kom je sneller aan de kant te staan. Plus de overheid die meer terugtreedt en minder sociaal beleid voert, is een factor die hier invloed op heeft.

Is de werkhouding van deze groep doorslaggevend, is dat een hobbel?

Nee, het is niet zozeer de werkhouding maar het zijn juist die harde vaardigheden, het onderwijs- niveau en werktempo.

Waar ben jij nu specifiek mee bezig?

We houden ons nu vooral bezig met open hiring. Dat is een manier van werving zonder sollicitatiegesprek. Er zijn steeds meer bedrijven in Nederland die vacatures hebben met hele heldere en concrete vragen zoals ‘Kan jij zoveel uren staand werken of bijvoorbeeld 10 kilo tillen? Dan ben je bij ons van harte welkom.’ En de eerste die zich aanbiedt wordt dan ook direct aangenomen. Een heel interessante ontwikkeling. Vooroordelen worden zo omzeild, wat veel voordelen heeft voor grote groepen mensen.

Daarnaast houd ik me bezig met de parallelle arbeidsmarkt;  een andere manier van denken om naast de reguliere economie nieuwe manieren van werkgelegenheid te creëren voor die mensen die aan de kant staan. Verder schrijf ik veel over diverse ontwikkelingen op de arbeidsmarkt zoals ongelijkheid, flexibilisering, of het oplossen van knelpunten in Nederland.

Hoe spelen mensen in op onze huidige flexibele arbeidsmarkt? Wordt de vaardigheid ‘ondernemender worden’ steeds belangrijker?

Jonge mensen komen steeds meer in aanraking met flexwerken. Dit gebeurt steeds vaker en eerder in je loopbaan. Tegenwoordig duurt die periode ook nog langer. Dat is vervelend omdat dit directe consequenties voor jongeren heeft. Je verdient over het algemeen veel minder en je wordt minder geschoold.

De onzekerheid neemt toe en je staat meer even on-hold. Hierdoor zie je meer uitstelgedrag: later een relatie en later een woning. Je moet steeds harder trappen om bij te kunnen blijven. Dat is echt iets van deze generatie. Uit onderzoek blijkt dat deze groep, sinds de tweede oorlog, het minder heeft dan hun ouders en voorgangers. Misschien is die absolute vooruitgangsgroei wel helemaal voorbij? Daarnaast wordt er van deze groep steeds meer gevraagd, zoals omgaan met techniek en allemaal iets harder werken.

Hoe lukt het deze jongeren om zich aan te passen?

Het lukt ze over het algemeen hartstikke goed. We hebben een lage werkloosheid onder jongeren, er zijn ruim 10 miljoen banen en er is een hoog gevoel van levensgeluk. Maar dat betekent wel stress, werkdruk, burn-out en gepieker door onzekerheid en onrust. Dat is de andere kant van het verhaal. Jonge mensen zijn financieel de klos, doen het slechter op de woningmarkt, werken steeds vaker in onzekere banen en zien hun inkomsten dalen.

Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog is er een generatie dertigers die minder verdient dan hun ouders, zo becijferden onderzoekers van de Universiteit Tilburg en het ministerie van SZW vorig jaar.

Hoe is het met de mentale veerkracht en wendbaarheid van deze jongeren?

Ik denk dat mensen zich voortdurend aanpassen. Dat zit in ons DNA. Zo had bijvoorbeeld tweederde van de mensen die bij V&D werden ontslagen binnen 1,5 jaar weer werk. De arbeidsmarkt is net een spons, maar je moet wel moeite doen en inspanning leveren.

Jongeren zijn op zoek naar zekerheid en vinden daar diverse oplossingen voor. Bijvoorbeeld door het combineren van banen. Baanstapelaars worden ze ook wel genoemd. Dit zijn vaak wel de wat hoger opgeleiden. Of sommigen zijn een deel in loondienst en deels ZZP’er.

Sommigen hebben behoefte om gefaciliteerd te worden en anderen zoeken zelf hun weg. Dus hen ondersteunen blijft nodig. Alleen die groep kansarmen die duurzaam langs de weg staan, hebben iets extra’s nodig.

Hoe is het in de omringende landen met flexibele arbeid?

In Zuid-Europa zie je het ook, maar Nederland is wel het meest flexibele land geworden. Wij zijn echt een uitzondering. Want technologische ontwikkelingen en globalisering speelt in ieder Europees land. Dus heeft het eigenlijk maar met twee specifieke redenen te maken: onze wet- en regelgeving en onze cultuur. De sociale zekerheid is vooral bij de werkgevers komen te liggen. Bijvoorbeeld: Wet verbetering poortwachter, de loondoorbetaling bij ziekte en de reïntegratieverplichtingen. Werkgevers zijn om zich heen gaan kijken en elkaar gaan imiteren, dat weten we uit onderzoek.

Ze zeggen dan: ‘Hé wacht eens even, flex is de norm in Nederland geworden.’ Men is dit van elkaar gaan overnemen en kopiëren. Dus niet zoals HR en werkgevers vaak zeggen dat ze het moesten. Het is geen natuurverschijnsel en dit klopt gewoon niet. Anders zou je die ontwikkelingen ook in het buitenland moeten zien.

Wat zijn de gevolgen hiervan?

Deze flexibilisering raakt vooral jongeren en de middenklasse. Dus mensen met een mbo-diploma. Die moeten dus harder gaan trappen. Want een mbo-diploma en hard werken is niet meer een garantie op succes. Je ziet het vooral in termen van stilstand in koopkracht en een diploma-inflatie. Dit heeft grote impact op ons allen.

Je bent vooral kritisch op het huidige HR-beleid?

Wat mij opvalt op werkgeverscongressen, waar ik ook vaak spreek: er wordt veel retoriek beleden. Er wordt dan bijvoorbeeld gezegd: ‘We moeten meer aan sociale innovatie doen.’ Als ik dan vraag wat ze daarmee bedoelen, krijg ik vaak wat algemeenheden te horen zoals ‘Ja, mensen en omgeving’ of ‘We moeten mensen zelf meer regie geven.’

Vaak zijn het termen die tien of zelfs twintig jaar geleden ook al voorbij kwamen. Ik ben op zoek naar concretisering van die woorden en die zie ik maar niet. Ook zinnen als ‘We moeten een purposegedreven organisatie worden.’ Het blijft bij te vage omschrijvingen en concreet zie ik hier niet zoveel van terug. Teleurstellend vind ik dit, want mensen en vooral jongeren zijn juist opzoek naar zingeving en naar een bijdrage aan onze maatschappij.

Maar zie jij dan geen sociale innovatie plaatsvinden?

Sociale innovatie: een co-creatie tussen mens en technologie. Dat zie je bijvoorbeeld in de schoonmaakbranche. In de cao worden samen met de OR hele concrete afspraken gemaakt over de inzet van technologie en over hoe we medewerkers zeggenschap geven. Dat zie je ook bij sommige academische ziekenhuizen. Dit zijn voor mij interessante uitingen van sociale innovatie . Dus niet top-down vanuit de board zaken opleggen en kijken wat er dan gebeurt, maar het echt gezamenlijk doen. Juist die co-creatie en zeggenschap, daar zit de crux. Organisaties die purposegedreven zijn en waarbij de werknemers meer meeprofiteren van de winst en dus meer meedelen in de opbrengt van productiviteit vind ik motiverende voorbeelden. Je ziet dat dit ook werkt. Dit systeem heeft de toekomst.

Wat zou jouw advies zijn om up-to-date te blijven?

‘Een leven lang leren’ is niet nieuw, maar het belang wordt wel steeds groter. Waar gemeenten de laatste jaren geconfronteerd zijn met bezuinigingen en reorganisaties, staan nieuwe uitdagingen al voor de deur. Denk aan de impact van technologische ontwikkelingen op medewerkers en de organisatie, maar ook aan de veranderende rolverdeling tussen overheden en burgers.                         

Learning on the job’ is een beproefde methode die prima werkt. Er wordt in Nederland nog steeds formeel geschoold, maar leren van elkaar op de werkvloer beklijft beter en heeft een grote leerimpact. Mensen mogen wel meer initiatief nemen, want men wacht vaak nog teveel af. Je moet niet meer op het functioneringsgesprek wachten, je kunt beter vooraf een ontwikkelplan voor jezelf bedenken. Een proactieve houding is essentieel om veel ontwikkelingen bij te benen. En echt niet alleen van de bovenkant van de werkvloer – dit geldt voor iedereen.

Overigens zie je dat veel zorgtaken van werknemers thuis toenemen. Deze mantelzorg heeft veel impact op de persoon en op zijn of haar functioneren. Vele organisaties zijn nog helemaal niet toegerust om dit op te nemen en ruimte te maken in hun HR-beleid. Als dit beter geregeld is, zorg je dus ook meer voor je werknemers.

En advies voor onze jongeren?

Voor jongeren die nu werken: stel je verwachtingen bij en ga op media- en technologiedieet. Het fenomeen om jezelf te vergelijken met anderen heeft desastreuze gevolgen. Er is psychologisch onderzoek dat dit duidelijk aangeeft. Dit is een van de redenen waarom jongeren zich mentaal zo druk maken.

En mocht je in het onderwijs zitten: doe aan ondernemerschapstraining. Begin er zo vroeg mogelijk mee. Dit mag wat mij betreft ook veel meer worden opgenomen in het primaire onderwijs. Haal lokale ondernemers binnen de school, want zij kunnen heel inspirerend vertellen en laten zien wat werken in de toekomst inhoudt. Dat zijn vaak de mooiste gastcolleges. En je komt echt in contact met die vaardigheden die bepalend zullen worden. Het betaalt zich direct uit op de arbeidsmarkt.

Jos van Langen

Gepost door Jos van Langen

Jos van Langen is al jaren zeer gepassioneerd bezig met kennisoverdracht, gedragsbeïnvloeding & Visual Learning. In 2013 is zijn Inspiration Toolbox verschenen. De Inspiration Toolbox (handboek, dvd en kwartetspel) is bestemd voor leidinggevende en HR specialisten en gaat over het creëren van meer 'bevlogenheid en betrokkenheid' binnen organisaties. Daarnaast maakt hij met Reikwijdte Uitgeverij, educatieve video's die gebruikt kunnen worden binnen uiteenlopende trainingstrajecten. Why: Ik wil graag het leervermogen van mens & organisatie verbreden. Want zo creëer je en ontstaat er nog meer Reikwijdte!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.