A calm and modest life brings more happiness than the pursuit of success combined with constant restlessness (Albert Einstein)

Ik richt me op studenten, ondernemers en transformationele leiders die een organisatie als hulpmiddel zien en niet als einddoel. Die een organisatie als organiserend vermogen zien om vraag en aanbod tegen zo min mogelijk verspilling te coördineren zodat het maatschappelijk rendement levert. Hierbij maak ik onderscheid in de volgende vier fasen:

1. Bewustwording: bewustzijn over redundant werk, digitale verspilling in kantoororganisaties, het bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen, richting geven, duurzame, digitale en decentrale radar ontwikkelen, nadenken over visie, missie, doel en strategie (van onbewust onbekwaam, naar bewust onbekwaam).

2. Kennisdelen: wat is een brede en duurzame welvaart, wat is de analyse, hoe kan theorie ons dienen en wat kun je in de praktijk doen? Hoe gebruik je data- en organisatietechnologie voor verduurzaming, hoe ontwikkel je een ecosysteem met daarin een digitale lopende band, wat zijn belangrijke elementen (van bewust onbekwaam, naar bewust bekwaam)?

3. Productiviteit: bijdragen aan het tegengaan van menselijke en digitale verspilling, verbeteren van de productiviteit in kantoororganisaties.

4. Surplus: bijdragen aan bewuste keuzes over een effectieve besteding van het surplus dat door productiviteitsverbetering wordt gecreëerd.

Bewustzijn of bewust worden gaat vooraf aan bekwaam worden. Als we naar een betere welvaart, meer welzijn en welbevinden willen, dan moeten we als mens eerst en vooral verspilling tegengaan, surplus creëren en nadenken over wat we met het surplus zullen doen. Mensen in kantoren hoeven structureel veel minder activiteiten te doen omdat de digitale lopende band steeds meer administratieve-, communicatie- en controleprocessen kan uitvoeren. Hierdoor krijgt de mens meer ruimte voor menselijk handelen. Deze inzichten en ontwikkelingen, op het gebied van organisatie & technologie, vormen de kern voor een nieuwe sociaaleconomische orde.


Beluister de bijbehorende podcast


Maar dit is voor veel mensen nog abstract. Om het minder abstract te maken gebruik ik een concept dat we al kennen: de lopende band. Ik vergelijk de digitale lopende band met de fysieke lopende band. Deze kennen we al en we weten de effecten. Zo wordt de digitale lopende band, als middel om een duurzame welvaart te organiseren minder abstract. Werken met een digitale lopende band is veel concreter dan bijvoorbeeld internet of things, blockchain, rijke data, datalogistiek en artificial intelligence. Door dataprocessen en opslag te vergelijken met goederenstromen en magazijnen gaat de abstracte datawereld meer leven. Je kunt met behulp van een fysieke lopende band onderdelen samenstellen tot een auto, met een digitale lopende band transformeer je data tot een btw-aangifte, hypotheekofferte of jaarrekening. Data en een digitale lopende band kun je niet zien en voelen; een magazijnrek met dozen en de fysieke lopende band wel. We kennen de fysieke lopende band; z’n geschiedenis en de eigenaardigheden, voordelen en nadelen. In mijn trainings- en adviespraktijk merk ik dat mensen iets ‘voelen’ bij de digitale lopende band. Meer dan bij digitale transformatie of bijvoorbeeld blockchain. Als je begint met het einde in zicht (bijdragen aan het structureel oplossen van maatschappelijke problemen), nadenkt over nieuwe organisatiemodellen en technologie niet ziet als doel, maar als middel, dan pas gaat transformatie echt werken en heeft de digitale lopende band, en daarmee de organisatie van een duurzame welvaart een grotere kans van slagen.

Door vergrijzing, ontgroening en bijna volledige arbeidsparticipatie, wordt het voor organisaties steeds moeilijker de juiste talenten te vinden en te binden. Daarnaast hebben steeds meer mensen behoefte aan een betere werk-privé balans. Ook zullen we zelf meer tijd moeten investeren in zorg, onderwijs, veiligheid, vrijwilligerswerk, lokale landbouw en een circulaire economie. Om te kunnen participeren hebben we meer ruimte nodig in onze agenda. Maar hoe zorg je ervoor dat met een krimpende arbeidsmarkt, mensen toch eerder klaar zijn met hun kantoorwerk? Hoe kun je in minder tijd toch meer bereiken? Voor de mensheid is dat geen nieuwe uitdaging.

Tijdens de industriële revolutie verdubbelde de productiviteit en daarmee onze welvaart elke dertig jaar. Een grote drijfveer voor deze productiviteitsgroei was managementinnovatie, die tot uitdrukking kwam in de fysieke lopende band. Door arbeidsverdeling, standaardisatie en mechanisatie wordt veel verspilling in de fabriek weggenomen, waardoor de productiviteit stijgt. Het verbeteren van de productiviteit, door het inzetten van organisatietechnologie, is de meest elegante strategie om een brede en duurzame welvaart te organiseren. Maar hoe doe je dat in de huidige digitale en administratieve context, wanneer we minder in fabrieken en meer in kantoren werken? Hoe geef je leiding aan echte transformatie zodat we productiever worden? Hoe bereid jij je voor op de digitale lopende band?

Naast de verandering van de arbeidsmarkt, worden steeds meer bedrijven databedrijven. Het ontwerpen en ontwikkelen van deze organisaties vergt een ander perspectief op organiseren. Een fundamentele transformatie lukt niet met bestaande inzichten, organisatiemodellen en automatiseringsprojecten. Daarvoor is ander leiderschap nodig en moet je vooral het oude loslaten. Het oude organisatieparadigma waarin het bedrijf de superieure geachte en default vorm van organiseren is, zal plaats moeten maken voor nieuwe vormen zoals ecosystemen. Maar hoe zet je een consortium op met partijen die tegenstrijdige belangen hebben? Want een digitale lopende band is vooral bedoeld voor samenwerken in de keten. Dat vraagt echter om standaardisatie en samenwerking. We zullen steeds meer open source software en data gaan gebruiken. Dat kan alleen als partijen een stukje autonomie opgeven, maar dat lukt niet zomaar omdat er toevallig een technologie beschikbaar is. Het is een enorme uitdaging om opnieuw een balans te vinden tussen individuele autonomie en sociale cohesie.

Als technisch bedrijfskundestudent heb ik steeds geleerd nieuwsgierig te zijn en open te staan om met andere vakgebieden in dialoog te gaan om ze te doorgronden, zodat je hetgeen je geleerd hebt, kunt samenbrengen, combineren en toepassen. Het is belangrijk affiniteit met techniek te hebben die verder gaat dan het toetsenbord en beeldscherm. Je moet in gesprek kunnen gaan met zowel technische specialisten als de eindklant. Door de juiste vragen te stellen krijg je antwoorden zonder de techniek zelf te hoeven beheersen. En het gaat niet om de techniek aan de oppervlakte, want die is over vijf jaar obsolete. Het gaat erom basisprincipes en patronen te begrijpen, vanuit verschillende perspectieven te kijken en continu te willen leren.

Naast leren speelt ‘ontleren’ ook een belangrijke rol. Niet dat je echt iets kunt ontleren (je kunt iets wat gebeurd is niet ‘ontgebeuren’), maar volgens de Indiase hoogleraar in bedrijfsstrategie, C.K. Prahalad, zal de toekomst zó anders zijn dat de voornaamste vaardigheid niet leren zal zijn, maar ontleren. Het meeste van wat we leren op bijvoorbeeld business schools, is obsolete geworden. De werkervaring die je hebt opgebouwd, moet je tegen het licht van een nieuwe context en nieuwe technologieën houden. Dit betekent dat je de transformatie naar een duurzame, digitale en decentrale samenleving beter ook niet met een businessmodel kunt beginnen, maar met een leer- en waardemodel.

Belangrijke doelgroepen hiervoor zijn niet de mensen met een ‘fixed mindset’ in de trant van: ‘failure is the limit of my abilities’ of ‘I stick to what I know’, maar dwars- of frisdenker: professionals, managers of consultants met een ‘growth mindset’ in de trant van: ‘failure is an opportunity to grow’ of ‘I like to try new things’. We richten ons op professionals die zich ervan bewust zijn dat transformatie, ecosystemen en daarbinnen de digitale lopende band, veel zal gaan veranderen, maar ook veel meer is dan alleen technologie. Professionals die actie willen ondernemen, maar ook wil blijven leren en investeren in het veranderen van het gedrag van mensen en organisaties. Professionals die een kompas willen ontwikkelen om in deze turbulente tijden te navigeren en op het juiste moment de juiste beslissingen nemen of anderen daarover te adviseren. Als het over leren, ontwikkelen en innoveren gaat zijn er grofweg drie soorten mensen: mensen die een verandering in gang zetten, mensen die een verandering ondergaan en mensen die zich afvragen wat er veranderd is. Waar pas jij bij?

Om met de digitale lopende band aan de slag te gaan moet je wel een ‘growth mind’ hebben en een fundamentele verandering in gang willen zetten. Je zult open moeten staan om oude zekerheden los te laten, echte transformatie moeten doorgronden, zodat je de gevolgen scherper kunt (over)zien en samen met je organisatie kunt groeien. Dat bekent niet méér kwantitatieve groei, maar vooral kwalitatieve groei. Er staat nergens beschreven, niet in ‘De universele verklaring van de rechten van de mens’, niet in het ‘Handvest van de grondrechten van de Europese Unie’ (2012) en niet in de Bijbel, Koran of Thora dat voortdurende economische groei moet. Wat bijvoorbeeld wel in de ‘United States Declaration of Independence’ (1776) staat is ‘the pursuit of happiness’, een onvervreemdbaar recht voor de mens, dat een overheid zou moeten beschermen en waar we mensen voor nodig hebben om het te realiseren.

Onderdeel van de transformatie naar een nieuwe sociaaleconomische orde is de digitale transformatie. Digitale transformatie zou niet mogelijk zijn zonder datatechnologie. In basis zou je kunnen stellen dat digitale transformatie begint met dataficatie, met het gebruiken van nullen en enen als ‘taal’ als communicatiemiddel, ideaal voor apparaten om mee te werken omdat het discreet is: nul of één, plus of min. Zo begon de fysieke lopende band vooral met elektrificatie. Maar technologie is geen tovenarij. Wees niet bang en omarm het. Transformatie gaat meer over digitale geletterdheid (het kunnen lezen van een boek), dan over digitale wetenschap (het kunnen schrijven van een boek). Bij het lezen van een boek kun je open minded zijn en je afvragen hoe nieuwe technologieën je organisatie en business gaan veranderen. Daar hoef je geen schrijver voor te zijn. Mijn visie is dat digitale transformatie, en dus ook digitale ecosystemen en de digitale lopende band, vooral draait om mensen. Een focus op alleen het ontwikkelen, selecteren en implementeren van de juiste digitale technologieën zal niet leiden tot het oplossen van maatschappelijke problemen en daarmee niet leiden tot succes voor de techniek.


Lees hier het vorige artikel uit deze reeks
Extract van boek: ‘Duurzame Welvaart Organiseren’
Voor alle longreads en podcasts, zie: Weconomics website

Gepost door Paul Bessems

Laat een opmerking achter.