Over organisatiecultuur, regels, autonomie en generatieverschillen op de werkvloer. En waar kan de formule E = K × A je helpen om te kijken naar wat nodig is.
Stel je een bijna lege parkeerplaats voor. Het asfalt is ruim, de witte lijnen liggen er strak bij. Je rijdt het terrein op en hebt alle keuze. Je ziet dat je niet precies in het vak staat, maar denkt: ach, het is toch leeg – zo houd je ruimte aan beide kanten.
Maar dan komt er een parkeerwachter. Formeel gezien sta je fout. Buiten de lijntjes is buiten de lijntjes, ook al is de parkeerplaats verder leeg. Je krijgt een vriendelijke maar duidelijke correctie: terug in het gareel graag.
En daar zit precies het spanningsveld tussen kaders en ruimte – een herkenbaar dilemma binnen veel organisaties en teams.
De spanning tussen kaders en ruimte
Kaders – de lijnen op de grond, of de regels binnen een organisatie – bieden structuur. Ze zorgen voor orde, voorspelbaarheid en veiligheid. Ze zijn essentieel om samenwerking mogelijk te maken en misverstanden te voorkomen. Maar wat als ze te rigide worden toegepast? Wat als het doel van de regel (ruimte efficiënt gebruiken) ondergeschikt raakt aan de regel zelf (binnen de lijn staan)?
Wanneer gaat het om de vorm, en wanneer nog om de bedoeling?
In organisaties en teams gebeurt dit vaker dan we denken. We creëren processen, regels en systemen die ooit bedoeld waren als hulpmiddel. Maar na verloop van tijd worden ze normatief. De parkeerwachter is dan die collega, manager of interne auditor die zegt: “Zo hoort het,” zonder te kijken of het in deze context ook echt helpt.
Dat is het moment waarop vorm belangrijker wordt dan inhoud.
Wanneer regels hun doel voorbijschieten
Waarbij afwijken van de lijn niet meer wordt beoordeeld op effect of intentie, maar puur op afwijking zelf. En daarmee verliezen we flexibiliteit, creativiteit en het vermogen om met de werkelijkheid om te gaan zoals die zich aandient.
Waar kaders wél strikt moeten zijn
Toch is het niet zwart-wit. Er zijn werkomgevingen waar het strikt volgen van kaders van levensbelang is. Denk aan laboratoria, operatiekamers, de luchtvaart of productieomgevingen met hoge veiligheidseisen. Daar is het essentieel dat regels nauwgezet worden nageleefd – niet omwille van de vorm, maar juist vanwege de inhoud: veiligheid, betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid.
De uitdaging voor organisaties is dan ook dubbel: hoe leer je medewerkers wanneer kaders heilig zijn, en wanneer ze ruimte mogen of zelfs móeten nemen? Dat vraagt om situationeel bewustzijn, training en leiderschap dat context durft te duiden.
Denken buiten het vak: wanneer mag dat?
In het laboratorium parkeer je letterlijk en figuurlijk binnen de lijnen. Maar in een brainstormsessie of klantgesprek kan het juist waardevol zijn om een stap buiten het vak te zetten en te onderzoeken wat er dan ontstaat.
Generatieverschillen zijn hierbij interessant. Oudere generaties groeiden vaak op in structuren waar regels gevolgd werden ‘omdat het zo hoort’. Jongere generaties zijn meer geneigd om te vragen: ‘Waarom eigenlijk?’ Ze willen de bedoeling begrijpen, voordat ze zich aan de vorm committeren. Dit kan schuren, maar het biedt ook een kans: een organisatiecultuur waarin openlijk besproken wordt welke kaders echt helpen, en welke slechts routine zijn geworden. De nieuwe generatie helpt je weer zien, waar je misschien zelf in bent vastgegroeid.
Generaties en hun kijk op regels
Hier speelt ook de formule E = K × A een belangrijke rol: effectiviteit is het product van kwaliteit maal acceptatie. Je kunt iets technisch uitstekend ontwerpen of organiseren (hoge kwaliteit), maar als de acceptatie laag is, blijft het effect ook laag. Acceptatie neemt snel af wanneer mensen ervaren dat ze regels moeten volgen die alleen nog de vorm dienen, en niet meer de intentie. Dan ontstaat weerstand, en komt het draagvlak onder druk te staan.
De formule voor effectiviteit: E = K × A
Het is dus cruciaal om telkens opnieuw te toetsen: dient deze regel nog het doel waarvoor hij ooit bedoeld was? En begrijpen mensen dat doel ook? Alleen dan kun je effectief én gedragen handelen.
Ik plaatste kortgeleden een LinkedIn-post over een persoonlijke ervaring op zo’n lege parkeerplaats. Die observatie raakte bij velen een gevoelige snaar. Wat dient nu echt? Het roept het gesprek op over hoe snel we kaders verwarren met waarheid – terwijl ze ooit zijn gemaakt om ons te dienen, niet om ons te sturen.
Kaders zijn nodig – maar ze moeten ademen
Kaders zijn nodig. Maar ze moeten ademen. Ze vragen om mensen die durven voelen waar ruimte nodig is, en wanneer handhaven op vorm contraproductief wordt.
Dus: parkeer (jij) altijd netjes binnen de lijnen? Of durf je af en toe buiten de vorm te stappen, als de situatie daarom vraagt?
Hoe leg je het verschil uit tussen regels die nodig zijn en regels die hun doel voorbij zijn? Hoe voer je het gesprek over gedrag én over kaders, zonder dat het alleen over goed of fout gaat? En hoe maak je ruimte voor de vraag: wat willen we hier eigenlijk echt bereiken?
Praktische tips om het gesprek te openen
Een paar tips om het gesprek te openen:
- Stel de ‘waarom’-vraag: Vraag bij regels of processen expliciet naar de bedoeling. Waarom doen we dit eigenlijk zo? Waar dient het toe?
- Gebruik voorbeelden: Een lege parkeerplaats is een uitstekend startpunt om verschil in context bespreekbaar te maken.
- Maak ruimte voor reflectie: Organiseer sessies waarin teams stil mogen staan bij de vraag welke regels helpen en welke belemmeren.
- Wijs op de impact van acceptatie: Bespreek de formule E = K × A. Hoe verhoudt kwaliteit zich tot draagvlak? Wat gebeurt er met effectiviteit als regels als onzinnig worden ervaren?
- Stimuleer situationeel denken: Help medewerkers onderscheid te maken tussen contexten waar strak volgen essentieel is, en contexten waar ruimte juist waardevol is.
- Erken generatieverschillen: Bespreek hoe verschillende generaties aankijken tegen regels en ruimte. Dit opent begrip en creëert een rijker, inclusiever gesprek.
Want pas als we het gesprek durven voeren over gedrag, over regels en hun bedoeling, ontstaat er ruimte om effectief, gedragen én mensgericht te werken.
Margreet Oostenbrink9 berichten
https://www.movinc.nl/Margreet Oostenbrink heeft meer dan 25 jaar ervaring als leidinggevende bij grotere bedrijven. Zij is actief als bestuurder en commissaris en coach van leidinggevenden, bestuurders en (jong)professionals. Het vermogen van de professional vergroten staat voor haar hierin voorop. Leer in organisaties systemisch te kijken en handelen, omarm (generatie)diversiteit en realiseer samen succes. Zij heeft in 2022 het boek Verborgen Verbanden gepubliceerd, dit is 2024 in het engels vertaald en recent is haar boek Gezonde Generatiemix, wat ervoor nodig is om alle generaties samen te laten werken.Margreet heeft ook het boek 'Verborgen verbanden' geschreven, bekijk deze hier: https://www.managementboek.nl/boek/9789493282230/verborgen-verbanden-margreet-oostenbrink