
Dit gesprek is met Christ Klep, militair-historicus en allround liefhebber van geschiedenis, internationale betrekkingen en wat zich nog meer afspeelt in de wondere wereld van oorlog en vrede, defensie, politiek en maatschappij.
In dit interview spreekt Christ Klep over waarom het Oekraïense leger een tovenaars-leerling blijkt te zijn.
Definitie: Het sprookje van de Tovenaarsleerling wordt psychologisch wel uitgelegd als het groei- en leerproces dat een jongen op weg naar volwassenheid doormaakt. Al lerend weet hij zich razend snel te ontwikkelen. Om zijn vleugels te kunnen uitspreiden moet de jongen zich uiteindelijk van zijn leermeester losmaken.
Als jongen begon jij met het spotten van vliegtuigen – begon hier je fascinatie voor geschiedenis?
Ooit stond ik als jochie bij militaire vliegvelden vliegtuig te spotten. Met een camera in de hand stond ik daar in weer en wind. Dat de militaire geschiedenis daarna zo’n grote rol zou gaan spelen in mijn leven, had ik toen nog niet door.
Eind jaren tachtig volgde ik de studie Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. De specialisaties waren Oost-Europese studies en Sovjetstudies (dit was nog in de tijd van de Koude Oorlog), eigentijdse geschiedenis en internationale betrekkingen.
Later maakte ik de overstap naar de Sectie Militaire Geschiedenis (later omgedoopt in Instituut voor Militaire Geschiedenis en uiteindelijk in Nederlands Instituut voor Militaire Historie) van het ministerie van Defensie.
Sinds 2001 ben ik vooral freelance historicus, onderzoeker, universitair docent aan de Roosevelt Academy, Universiteit Utrecht, Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden.
Rob de Wijk van Clingendaal zegt wel eens dat wij zo weinig leren van de geschiedenis. Kennis is vaak verdwenen bij het wisselen van de wacht. Hoe zie jij dit?
Defensie zelf vroeg zich ook vaak af waar zij die historicus nou eigenlijk voor nodig hebben. Je ziet een splitsing ontstaan bij bedrijfshistorie – daar ga je opzoek naar lessen. En gaan mensen het veld in om te kijken wat er gebeurde op het slagveld – bijvoorbeeld bij Marketgarden (WWII) of de loopgraven rondom de Ieper (WWI)
Wat je ook ziet is het onderzoeken van zogenoemde war-diaries, ofwel de operationele dagboeken van militaire eenheden. Wat zagen en beleefden zij tijdens de strijd. Eigenlijk zijn operationele dagboeken een soort logboeken. Er werden al in de Romeinse tijd al oorlogshandelingen opgeschreven.
In Nederland hebben we niet zo’n traditie in het vastleggen van militaire acties. In het buitenland is dit veel gebruikelijker. Met name in Engeland, Frankrijk en Amerika. Daar heerst meer een krijgshaftige cultuur en de wens om militaire zaken vast te leggen. Maar hier is zeker een kentering gaande ook rondom onze koloniale geschiedenis.
Vallen we momenteel niet in de ene na andere crisis?
Nu dat krachten op het wereldtoneel zo veranderen, zeker. Je merkt dat we geschiedenis nodig hebben om beter na te kunnen denken. Nadenken over onder andere maatschappelijke betrekkingen, dienstplicht, vredesmissies en internationale betrekkingen. En nu zeker ook over veiligheid, defensie en energievoorzieningen.
We worden geconfronteerd met denken over macht en gezag. Wij als historici gaan ook breder kijken naar bijvoorbeeld economische factoren die momenteel als machtsmiddel worden ingezet.
Kun je zeggen dat de oorlog in Oekraïne ons bewustzijn over oorlog en vrede hebben veranderd?
Ik merk dat heel sterk. Voor lezingen word je nu meer gevraagd. Eerst gingen de lezingen veel over herdenken van ons verleden of over actuele zaken, maar nu verschuift het thema naar lezingen over ons veiligheidsbeleid. Men vraagt mij dan hoe dit zal eindigen en aflopen en is dus veel meer naar de toekomst gericht.
Daar is natuurlijk niets over te zeggen – dat is de ironie van het vak – we kunnen niet in de toekomst kijken. We hebben in Nederland wel veel duiders – kijk maar naar alle praatprogramma’s. Nu is er veel aandacht voor vraagstukken rondom veiligheid en macht. Geopolitiek mag nu weer, zeg ik wel eens. Er is een omslag. Er wordt nu makkelijker gesproken over militaire steun dan jaren geleden. Toen waren er nog talloze morele meningen en obstakels.
Je bent erg onder de indruk van het leger van Oekraïne – je noemde het zelfs een tovenaarsleerling. Leg eens uit?!
Ja, het is een historisch klassieke vraag, namelijk: Is een staat en een leger capabel genoeg om te kunnen leren en te vechten? Oorlog is natuurlijk de extreemste activiteit die je je kunt voorstellen.
Alles wat in de gewone maatschappij als fatsoenlijk geldt gaat dan overboord. Von Clausowitz* zei het al: je moet drie elementen kunnen combineren, de politiek, de militaire leiding en het volk. Deze elementen moeten optimaal op elkaar aansluiten, anders kun je nooit een oorlog winnen.
Als één van deze elementen niet klopt zie je rampen gebeuren. Dit zie je nu heel duidelijk in Rusland gebeuren. Daarentegen is dat voor Oekraïne heel anders. Het feit dat je land is binnengevallen geeft een mentale boost. Ik noemde ze tovenaarsleerlingen, omdat ze snel leerde – zowel de politiek, het leger en militaire leiding zijn heel capabel.