Zoals wij in deel 1 van deze serie blogs over de energie van werkend Nederland uiteenzetten, gaat het ons momenteel economisch voor de wind. Als we naar de energie van werknemers kijken, hangt de vlag er echter minder rooskleurig bij.

Terwijl je zou verwachten dat de positieve economische resultaten voor veel positieve energie onder werkenden zou leiden, is het tegendeel het geval. Slechts 12% zegt enthousiast en met veel energie aan het werk te zijn. Ruim drie keer zoveel is verkrampt bezig om te overleven of wacht op betere tijden. Reden genoeg om de twee belangrijkste en meest hardnekkige bronnen van energieverlies onder de loep te nemen.

Wij zijn regelmatig als dagvoorzitter of spreker betrokken bij congressen en seminars over gedragsverandering. Blijkbaar is de urgentie om het voortaan anders te doen groot. Wat ons opvalt is dat de meeste presentaties over betrekkelijk softe onderwerpen gaan. Manieren om je angsten opzij te zetten, om elkaar beter (of überhaupt) aan te spreken, om in goed vertrouwen met elkaar samen te werken, om zaken los te laten of om meer gedreven aan de slag te gaan. Het komt allemaal ruim aan bod. Daar is natuurlijk op zich niets mis mee, maar het betekent wel dat belangrijke bronnen van mentaal energieverlies onderbelicht blijven.

“Blijkbaar is de urgentie om het voortaan anders te doen groot.”

Uit vijf jaar onderzoek naar de energie van werkend Nederland weten wij dat er twee grote en vrij hardnekkige energielekken bestaan: een gebrek aan wilskracht (andere woorden hiervoor zijn zelfdiscipline en concentratie) en het onvermogen (of de onwil) om gemaakte voortgang regelmatig te meten en kritisch met elkaar te bespreken. Het meten en bespreken van gemaakte voortgang wordt tegenwoordig vaak onder de noemer ‘progressiegericht werken’ gebracht.

“Belangrijke oorzaken van energieverlies blijven vaak onderbelicht.”

Gebrekkige wilskracht leidt ertoe dat we ons voortdurend laten afleiden door duizend-en-een dingen. We verliezen hierdoor bergen energie en worden aantoonbaar minder productief. Het onvoldoende meten en bespreken van prestaties is als een sportteam dat zonder scorebord speelt: zonder enig besef wat de stand is en hoeveel tijd er resteert om te winnen, speelt men maar wat rond. Met als gevolg dat ook hier veel energie verdampt. Zomaar, zonder dat we ons er bewust van zijn.

Mentale energie

Energie bestaat uit meerdere componenten: een fysieke (hoe vitaal of lichamelijk fit ben je?), een sociale (hoezeer voel je je met anderen verbonden en hoe goed werk je met elkaar samen?), een emotionele (hoe goed zit je in je vel?) en een mentale component. Hoewel de aandacht in organisaties veelal naar de fysieke component uitgaat, met bijvoorbeeld een  vitaliteitsbeleid, zijn de andere drie voor hedendaagse kenniswerkers van groter belang. Volgens schattingen draagt fysieke energie ongeveer 30% bij aan het leveren van prestaties. De bijdrage van de drie resterende componenten bedraagt 70%.

HR_Community_blog_#2_afbeelding1_als_GIF_Energyfinder_brandstof.gif

Alleen maar aandacht besteden aan fysieke energie is dus niet genoeg: fit zijn is een voorwaarde om aan de start te verschijnen – of zoals dat in HR-jargon heet: om inzetbaar te zijn – maar het is niet voldoende om de race te winnen.

“Fit zijn, betekent dat je aan de start kunt verschijnen maar is niet voldoende om de race te winnen.”

Daarvoor moet je ook aandacht aan sociale, emotionele en mentale energiebronnen schenken. Als we ons hier tot mentale energie betrekken, waar hebben we het dan over?

  1. In de eerste plaats of je genoeg voeding uit je omgeving krijgt. Een paar checkvragen die je jezelf kunt stellen: heb je voldoende aandacht voor de prikkels en de wereld om je heen? Laat je voldoende inspireren en ben je in staat en bereid om van de nieuwe input die je krijgt te leren en te groeien?
  2. In de tweede plaats heeft mentale energie te maken met ons vermogen om de binnenkomende energie te richten en te kanaliseren. Dit vermogen groeit naarmate we beter in staat zijn om op doelstellingen te focussen. Maar ook doordat we ons vervolgens niet door duizend-en-een dingen laten afleiden, maar geconcentreerd en gedisciplineerd aan dat ene doel blijven werken. En minstens even belangrijk: door regelmatig onze voortgang te meten en met elkaar te bespreken.
  3. Naast aandacht en focus op ambities is er nog een derde mentale energiebron. Die heeft te maken met de bevlogenheid waarmee we aan de slag gaan. Hoe gedreven zijn we? Hoezeer maken we gebruik van onze sterktes? Hoe veerkrachtig zijn we als het tegenzit? Allemaal vragen die te maken hebben met mentale energie.

Hoe staat de vlag ervoor als we naar werkend Nederland kijken? Dan krijgen we het volgende plaatje te zien:

HR_Community_blog_#2_afbeelding2__#ewnl18_Spindiagram_mentale_sociale_energie.png

Rechtsboven zie je hoe het gemiddeld met onze aandacht is gesteld, rechtsonder zien we de scores op ambitie en linksonder de scores op bevlogenheid. De scores linksboven laten we hier buiten beschouwing, want die hebben te maken met sociale energie en we zoomen in deze tweede blog juist in op de mentale energiebronnen.

Van dit plaatje kun je twee dingen aflezen. In de eerste plaats dat de scores door de jaren heen verrassend gelijk zijn. Het peil van mentale energie van werkend Nederland stijgt niet, maar daalt ook niet spectaculair. Ten tweede zien we dat er rechtsonder een paar flinke deuken in het spindiagram zitten: slechts 42% van de ondervraagden geeft aan in staat te zijn om zonder al teveel afleiding aan de realisatie van haar of zijn taken te werken. Een nóg kleiner percentage (35%) geeft aan haar of zijn voortgang regelmatig te meten en te bespreken. Dit zijn sinds jaar en dag de grootste energielekken van werkend Nederland.

Afleiding is de norm

Wilskracht is de psychologische term voor zelfdiscipline of concentratie. Wie over voldoende wilskracht beschikt, is in staat om afleidingen te weerstaan. Dit komt de productiviteit en het prestatievermogen ten goede. Waarom geeft een ruime meerderheid van werkend Nederland aan dat bij hem of haar de wilskracht ontbreekt? Hiervoor is een aantal redenen aan te geven:

  1. De meest voor de hand liggende reden heeft te maken met de omgeving. Wij leven en werken in een ‘VOCA-wereld’, een wereld vol Vluchtigheid, Onzekerheid, Complexiteit en Ambiguïteit. Een wereld met duizend-en-een keuzemogelijkheden. Een wereld die ons dagelijks blootstelt aan een bombardement van inspirerende of alarmerende informatie. Een wereld waarin we door uitgekiende design- en gedragstechnieken zo vertrouwd – zeg maar gerust: verslaafd – zijn geraakt aan technologische hulpmiddelen dat we geen seconde zonder kunnen.
  2. Een werkwereld die bestaat uit open ruimtes zonder vaste plekken, waar van de ene ontmoeting naar de volgende vergadering wordt gerend. Kortom, een wereld waar afleiding de norm en concentratie een schaars goed is geworden.

Hoe je je tegen die wereld kunt wapenen? Er zijn de laatste tijd heel wat interessante boeken verschenen die hier een antwoord op geven. We noemen er een paar. Als eerste wijzen we je op ‘Diep werk’ van de Amerikaanse professor Carl Newport. Om supergeconcentreerd te werken, zegt hij, is het allereerst van belang dat je je bewust bent van de mate waarin je dagelijks steeds weer opnieuw wordt afgeleid. Ons brein is tegenwoordig niet langer dan 40 seconden in staat om zich op een taak te concentreren, alvorens we alweer met iets anders bezig zijn. Multitasken is uitgegroeid tot een vaste gewoonte. Wat kun je daar tegen doen?

“Multitasken is uitgegroeid tot een vaste gewoonte.”

Allereerst de belangrijkste bronnen van afleiding buiten de deur houden. Denk eens na voor jezelf welke dat zijn en lees daarna pas verder.

  • Daar gaan we. Allereerst weg met die telefoon, verwijder onnodige apps van je laptop en zet notificaties of andere geluiden, die voor nieuwe afleidingen zorgen, uit.
  • Stop ook met het morsen van je aandacht en de tijd in je agenda. Dus wees kritisch en vermijd onnodige vergaderingen of verplichte gesprekjes die waarschijnlijk tot niets leiden. Want, zo klagen mensen, ‘daarna moet ik mijn werk nog even doen’.
  • Maar vooral ook: kies je momenten waarop je geconcentreerd wilt werken en zonder je af. Kies een rustige ruimte waar je ongestoord kunt werken. Bespreek met je collega’s op welke momenten van de dag (of de week) je niet gestoord wilt worden. Je kunnen concentreren wordt een van de belangrijkste vaardigheden voor professionals.

“Je kunnen concentreren wordt een van de belangrijkste vaardigheden.”

Een tweede boek waar je de nodige kennis en praktische tips kunt vinden om afleidingen buiten de deur te houden is ‘Hyperfocus’ van blogger Chris Bailey. Hij geeft niet alleen raadgevingen om afleidingen te beteugelen, maar geeft ook aan hoe je supergeconcentreerd aan de slag kunt gaan. Kies voor één doel dat je het allerbelangrijkst vindt en dat je koste wat het kost wilt bereiken. Gooi onnodige ballast in de vorm van vaste gewoonten en automatismen overboord: ze leiden je vaak alleen maar af van de doelen die je probeert te bereiken. Raak ook niet in paniek wanneer het misgaat en je op sommige momenten minder geconcentreerd bent. Besef dat niet alleen de omgeving, maar ook je eigen brein erop uit is om je elke 40 seconden aan andere dingen te laten denken. Waarom? Omdat ons brein is gemaakt om te overleven en voort te planten, maar niet om geconcentreerd aan de slag te zijn.

“Niet alleen je omgeving, maar ook je eigen brein is erop uit om je elke 40 seconden aan andere dingen te laten denken.”

Ons brein is voortdurend bezig om onze wilskracht te ondermijnen door ons te wijzen op mogelijke gevaren, maar ook op nieuwe kansen.

Werken met een scorebord

Waar krijgen gamers en sporters de meeste energie van? De progressie die zij maken en die op eenvoudige wijze op een scorebord wordt uitgedrukt. Onderzoek heeft aangetoond dat niets zoveel energie geeft als het motiverende effect van progressie. Maar wat gebeurt er op de werkvloer? Bijna twee derde van werkend Nederland (65%) meet en bespreekt de gemaakte vorderingen niet of nauwelijks. Het zal een sporter niet gebeuren dat hij niet weet wat de stand is en hoeveel tijd er nog resteert om daar verbetering in te brengen, maar in organisaties is het gemeengoed. Het gevolg: men doet maar wat.

“Maar we hebben toch KPI’s?”

Maar wacht eens even: de werkvloer is de afgelopen jaren toch overwoekerd geraakt door talloze KPI’s? Daar zit hem juist een deel van het probleem. Al die KPI’s en daarmee verbonden metingen zijn interessant voor controllers, maar zij motiveren het uitvoerend personeel voor geen meter. Integendeel, wie leidinggevenden wel eens heeft zien worstelen met pagina’s vol stoplichten die allemaal op groen moeten worden gezet, weet genoeg. Het is teveel en het is ook onnodig.

Een goed scorebord moet simpel en overzichtelijk zijn. In de meeste teamsporten is slechts plaats voor twee indicatoren: de stand en de resterende tijd. Niks tientallen of honderden criteria, maar slechts twee! Dit betekent dat je voor jezelf en voor je team je eigen scorebord moet ontwikkelen, waardoor het glashelder wordt wat je hebt bereikt en wat je nog te doen staat. Het betekent natuurlijk ook dat je die informatie regelmatig met elkaar moet bespreken. Door de gegroeide aandacht voor agile en scrum zou je denken dat dit soort besprekingsmomenten inmiddels gesneden koek zijn geworden, maar dat is niet zo. Veel teams en organisaties laten dit soort praktijken nog steeds achterwege. Of ze kiezen voor een makkelijke variant: regelmatig geven teamleden aan wat ze van plan zijn te doen.

“Een dagafsluiting helpt je om de volgende dag met nieuwe energie te starten.”

Maar de logische volgende stap – het met elkaar bespreken of men de intenties wel heeft gerealiseerd – ontbreekt. Met als gevolg dat je heel wat potentiële energie verliest of ongebruikt laat. Daarom is het interessant om te kijken naar teams die zichzelf continu overtreffen. De dagstart, zoals we met Sscrum voorbij hebben zien komen, heeft veel meer nut wanneer je de werkdag ook samen afsluit. Waar de dagstart nog vol hoop zit van wat mensen van plan zijn, kan de dagafsluiting helpen als realitycheck: wat hebben we niet bereikt maar waren we wel van plan? Kunnen we dat verklaren en kunnen we er van leren? En: kunnen we je helpen? Een groot voordeel is ook dat de knop om kan bij de medewerker en de werkdag goed wordt afgesloten. De telefoon en e-mail kunnen uit. Morgen weer verder, met nieuwe energie.


Meer lezen en luisteren?

Dit is de tweede blog in een reeks over de energie van werkend Nederland. In de volgende blog gaan we in op de hoofdoorzaak van het energieverlies van werkend Nederland in 2018: een sterk dalend enthousiasme als gevolg van een gebrek aan autonomie en een angst om fouten te maken.

Wil je de genoemde whitepaper lezen over het onderzoek naar de energie van werkend Nederland, klik dan hier. Op die pagina vind je tevens een podcast met Hans van der Loo en Patrick Davidson, gemaakt door Arjen Banach (‘Energie aan het Werk’), waarin zij de ins en outs van het onderzoek met je delen.

Vragen?

Heb je vragen of wil je ervaringen delen, doe dat dan met een reactie hieronder, via de HRcommunity LinkedIngroep of via een email aan info@energyfinder.nl.

Hans van der Loo en Patrick Davidson

Gepost door Hans van der Loo en Patrick Davidson

Hans van der Loo en Patrick Davidson bundelden in 2015 hun krachten en dat leidde tot EnergyFinder, een platform bedoeld om mensen, teams en organisatieafdelingen energieker, zelfstandiger en productiever te laten (samen)werken. Het duo publiceert jaarlijks het onderzoek naar de energie van werkend Nederland en schreef al enkele bestsellers. Vertalingen van hun werk verschenen dit jaar onder meer in Engeland, Ierland, de Verenigde Staten, Singapore, Maleisië, Turkije en Spanje.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.