Spelen is leren

Strakke gezichten in een gesprek over de ontwikkeling van mensen in het maandelijkse MT overleg. Want de belangen zijn groot. Het welzijn van medewerkers staat op het spel. Zeker in deze bizarre tijd. Lukt het wel om starters op te nemen in de groep? Voelen mensen zich nog verbonden? Dat raakt namelijk ook het succes van de organisatie. Gaan mensen uitvallen als ze onvoldoende mogelijkheden hebben weer op te laden? Lopen professionals vertraging op in hun vorming? Ben je als werkgever nog aantrekkelijk voor nieuw talent? Het zijn grote vraagstukken, die een serieuze en doordachte benadering vragen. 

Misschien niet het beste moment om het over spelen te hebben? Juist wel! Want spelen gaat om leren. Leren wat werkt en wat niet werkt. Spelen gaat om leren overleven. Soms heel letterlijk. Als een luipaardjong zijn broertje vanachter een struik bespringt, dan doet hij dat omdat hij zo leert hoe hij later een springbok kan overmeesteren. Niet dat het luipaard zich daarvan bewust is, maar zonder deze doorlopende sluip-en-bespring-oefening is het roofdier later kansloos. Voor mensen is dit niet anders. Elk talent dat we inzetten, hebben we ooit een keer als eerste gebruikt. Soms bewust, maar vaak bij toeval of omdat we iets gewoon leuk vonden om te doen. En we bleven het doen omdat het effect had, omdat we er succes mee hadden. Bijvoorbeeld een kind dat positieve reacties krijgt als het een grapje maakt. Of de troste blik in mama’s ogen als een kleuter helemaal zelf betaalt bij de kassa. Of de waardering na ‘kijk eens hoe lief zij voor haar zusje zorgt’. 

De waarde van experimenteren

Maar waar ligt nou precies de waarde van spelen? Spelen gaat om experimenteren. Iets doen dat je niet eerder deed. Gewoon, uit nieuwsgierigheid. Het maakt daarbij niet zoveel verschil of iemand iets voor het eerst doet, of het al heel vaak deed maar nu net een tikkie anders. In beide gevallen word je er beter in. Of niet. Want de uitkomst van een experiment kan ook zijn: ‘Oké, dit werkt dus niet.’ Weet je dat ook weer. 

Elk mens is tot over zijn oren gevuld met terugkerende gedragspatronen. Die patronen volgen uit ons leervermogen. We herhalen die dingen waar we succes mee hebben. Dat betekent dat elk patroon ons helpt of ooit geholpen heeft. En: geen enkel patroon is in alle gevallen effectief. Stel een medewerker heeft als vast patroon: ‘Geef maar hier, ga ik wel even regelen!’. Dat is een krachtig patroon, dat iemand zonder twijfel veel gebracht heeft. Maar het heeft ook een schaduwkant, bijvoorbeeld dat anderen een neiging kunnen hebben hun uitdagingen bij die persoon neer te leggen. Voor die gevallen waarin een patroon niet effectief is, is het waardevol om te experimenteren met alternatieven. 

Zonder oordeel

Ontwikkeling is geen analytisch proces waarbij iemand bij elke interventie weer een stapje recht naar voren zet. Het gaat alle kanten op. En soms moet iemand een stapje terug doen om er weer twee vooruit te kunnen zetten. Juist experimenten buiten de gebaande paden kunnen veel opleveren. Ga maar na hoeveel grote uitvindingen in de geschiedenis van de mensheid volgden uit fouten, mislukte probeersels of toevalligheden.  

Spelend leren vraagt om de afwezigheid van een oordeel. Want niet alles wat iemand probeert heeft op dat moment effect. Mensen kunnen zichzelf soms hard afrekenen op een mislukt experiment. Tenminste: als die persoon een experiment waaruit hij leert ‘dit werkt dus niet’ als mislukt beschouwt. En hoe zit dat voor de organisatie? Het is heel makkelijk om het in algemene zin eens te worden over uitspraken als ‘van fouten leer je’ en ‘fouten maken mag’. Maar ervaren mensen echt de ruimte om te spelen en te experimenteren? Om fouten te maken? 

Spelen omdat het leuk is

Spelen is iets nieuws doen of iets anders doen. En dan graag zonder oordeel. Verder nog iets? Jazeker. Want spelen is gewoon leuk, uitdagend, grappig, spannend, vermakelijk, verbindend. In elk geval iets dat mensen willen doen omdat het om wat voor reden dan ook de moeite waard is. Zonder het mogelijke (leer)effect daarin mee te nemen. Want als mensen iets leuk vinden en er energie van krijgen, dan hebben ze verder geen motivatie nodig om ermee aan de slag te gaan. Het feit dat ze er verder mee komen, ervan leren, is dus eigenlijk gewoon bijvangst.  

Het heeft dus veel waarde voor organisatie om speelruimte in te bouwen in het ontwikkeltraject. Vooral waar het gaat om gedrag, om de interactie met anderen, om persoonlijke ontwikkeling. Daar waar het kan. Dus niet om een chirurg in opleiding met tien patiënten te laten spelen, hopend op iets moois. Hoe dan? Door mensen uit te dagen om buiten hun comfortzone te stappen. Uit te dagen om andere dingen te doen dan ze gewend zijn, dan waar ze al succes mee hebben. Voorbeeld: de komende week is de uitdaging van alle introverten in een team om uit te spreken wat ze denken. De uitdaging voor extraverten: houd je mond. Of het probeersel om een week lang overal ja tegen te zeggen. In een paar gesprekken alleen maar vragen te stellen. De mogelijkheden zijn eindeloos. 

En daarna volgt de reflectie. Wat heb je gedaan en wat was het effect daarvan? Wat werkte wel en wat werkte niet? Wat kun je delen? Wat zou je anders doen? 

Dus zeg eens eerlijk: hebben mensen in jouw organisatie voldoende speelruimte?


Meer lezen over hoe je meer uit je ontwikkeling haalt? Bestel dan hier het boek DIY Goeroe

Gepost door Raymond de Looze

Raymond de Looze (1976) is bedrijfskundige en jurist, die zich na een internationale projecten carrière volledig richtte op zijn ware passie: de ontwikkeling van mensen. Maar dan anders. Geen theoretische modellen, geen pretenties, geen terminologie, geen quick fixes. Raymond geeft geen standaard antwoorden of ‘doe wat ik zeg’ lijstjes, maar stelt vragen die je steeds een nieuw perspectief opleveren. Vanuit scherpe observaties confronteert hij op een prettige manier. Hij vertraagt waar nodig. Zo brengt hij mensen en generaties bij elkaar. Zijn boek DIY Goeroe bevat zijn visie op persoonlijke ontwikkeling. Naast schrijver en (executive) coach is hij mede-oprichter van Double-OO, dat professionele organisaties een doordacht proces voor ontwikkeling biedt. Zijn vrije tijd vult hij met sport, koken, theater, muziek en reizen. Hij heeft een voorliefde voor Romaanse talen.