Truth is confirmed by inspection and delay;
falsehood by haste and uncertainty -Tacticus

Dé waarheid is een moeilijk concept om te gebruiken bij het nastreven van een gedeelde werkelijkheid. Waarheid is een bedenksel van de mens, een product van onze menselijke geest en interactie met anderen, het is een sociaalconstruct een soort geloof waar mensen en groepen houvast aan hebben, zich aan verbinden om cognitief te kunnen omgaan met een wereld vol complexiteit. Waarheden en feiten bestaan niet zou je kunnen zeggen, alleen interpretaties. En andere mensen met jouw waarheid en meer feiten proberen te overtuigen werkt vaak averechts. We hebben geen ‘feiten-probleem’, maar een ongelijkheidsprobleem. Iemand overtuigen die een andere werkelijkheid ervaart doe je beter niet met méér feiten, maar met meer eerlijkheid, oprechtheid, transparantie, onzekerheid, dialoog en meer nadruk op aannames dan op conclusies.

Los daarvan is er een belangrijke ontwikkeling aan de gang om feiten beter vast te stellen en een gedeelde realiteit te organiseren. Er zijn twee manieren om waarnemingen te doen en feiten vast te stellen: subjectief via zintuigen en objectief met geijkte en gevalideerde sensoren waarbij er consensus is over de meetmethode en de manier waarop resulterende data van metingen worden georganiseerd. Door waarnemingen te objectiveren kunnen onze menselijke waarnemingen van de werkelijkheid steeds beter gedeeld worden. Hierdoor schuift een eenzijdige werkelijkheid steeds verder op naar een gedeelde waarheid.


Beluister de bijbehorende podcast over data technologie


Sommige mensen denken dat data de waarheid representeren, maar ze representeren een werkelijkheid. Ze denken ook dat data waar zijn, maar dat is niet zo. Als je data maar lang genoeg ‘martelt’ zal het bekennen. Dat wil zeggen dat je data kunt gebruiken om naar een conclusie te redeneren, vaak in je eigen belang. ‘De waarheid’ is niet alleen de optelsom van feiten, maar is ook afhankelijk van de mens (eerlijkheid, zorgvuldigheid, integriteit, verstandigheid, authenticiteit) en samenleving (politiek, belangen, context, cultuur, omgeving enzovoort). Iets wordt eerder als waarheid gezien als de juiste mensen en instituten, met een bepaalde reputatie en betrouwbaarheid, een gedeelde werkelijkheid ondersteunen. Wat wel of niet waar is, is niet relevant tenzij je een beslissing moet nemen.

Veel mensen denken dat wetenschap gelijk staat met de waarheid. Maar wetenschappers doen op een specifieke en genormeerde wijze aan waarheidsvinding. Ze onderhouden een netwerk, delen meetmethoden, werken met peerreviews, openbare publicaties en instituties die feiten, paradigma’s en theorieën in stand houden totdat deze verworpen worden. Het succes en de toepassing van wetenschappelijke feiten wordt vooral buiten universiteiten en laboratoria bepaald, waar mensen aan feiten een (eigen) werkelijkheid koppelen. Dit betekent niet dat de werkelijkheid alleen maar een verhaal of context zou zijn, maar wel dat ze op meer dan alleen maar de feiten berust.

De vraag is wat is beter: niets lezen en ‘uninformed’ zijn of wel lezen en ‘misinformed’ zijn? De manier waarop we onze sociaaleconomische orde, en daarbinnen vooral social media hebben ingericht zegt eigenlijk dat daar waar het meest op geklikt wordt waar is. Hierbij is het doorklikken niet gericht op waarheidsvinding, maar dient het belang van de aandeelhouders van platform/techbedrijven. Hierdoor is het onderscheid tussen echt en nep, tussen waar en niet waar, tussen een gedeelde en niet gedeelde werkelijkheid steeds moeilijker te maken. In de huidige wereld met een dalend vertrouwen in instituties, openlijk liegende leiders, alternatieve feiten en zichtbare propaganda, wordt een gedeelde werkelijkheid als basis voor vertrouwen en onze democratie steeds belangrijker. Moderne organisatiekunde en datatechnologie helpen deze gedeelde werkelijkheid beter te realiseren.

Werkelijkheid of realiteit is het geheel van het feitelijk bestaande, in tegenstelling tot het denkbeeldige. Maar wat vandaag denkbeeldig is, kan morgen werkelijkheid worden. Draadloos bellen was bij de uitvinding van de telefoon denkbeeldig, maar werd pas een kleine eeuw later realiteit. Mensen leven in verschillende realiteiten, en samen vormen deze een samenleving. Een werkelijkheid kun je representeren door data. Het meest haalbare is waarschijnlijk een gedeelde werkelijkheid en het blijven streven naar een gedeelde waarheid. Hierbij spelen feiten een belangrijke rol. Een feit is een relatie tussen twee subjecten (A is broer van B), objecten (product X hoort bij de inventaris van Y), tussen een subject en object (persoon A is eigenaar van bedrijf X) of tussen een subject/object en attribuut (Persoon heeft een Voornaam). Sommige feiten kun je door meerdere actoren vaststellen en daarna niet eenzijdig manipuleren. We spreken dan over een gedeelde werkelijkheid.

Daar zijn minimaal twee factoren voor nodig in een ecosysteem. Je kunt geen gedeelde werkelijkheid hebben met jezelf. Vaak zie je binnen datatechnologie en meer specifiek binnen blockchaintechnologie, het onderscheid tussen een ‘single source of truth’ (SSoT) en een ‘multiple version of the truth’ (MVoT). Dit is eigenlijk niet correct, en zou moeten zijn ‘single source of reality’ (SSoR) en ‘multiple versions of reality’ (MVoR). Maar omdat de eerste begrippen meer ingeburgerd zijn, zal ik ook deze begrippen gebruiken. Om een gedeelde werkelijkheid te creëren spelen (rijke) data een belangrijke rol. Naar wat zijn data eigenlijk in wezen?

Een artefact is afgeleid van het Latijnse ‘ars’ (kunst) en ‘factum’ (gemaakt). Een artefact is een kunstmatig verschijnsel: in tegenstelling tot een geheel natuurlijk verschijnsel is een artefact door (soms minimaal) menselijk handelen tot stand gekomen. Data zijn een voorbeeld van een artefact. Data zijn een representatie van de reële, fysieke, natuurlijke wereld. Objecten zijn middelen en subjecten zijn mensen. Als mensen en middelen (andere) objecten en subjecten waarnemen, kunnen ze hiervoor data gebruiken. Voor zover we weten gebruiken alleen mensen deze representatie. We gebruiken abstracties, een niet perfecte benadering van de natuurlijke wereld op een bepaald moment, in een bepaalde ruimte en met een bepaald doel of belang. Data worden gebruikt wanneer mensen iets over andere mensen, middelen, interacties of transacties willen vastleggen en communiceren. Hiervoor wordt een oracle gebruikt.

Binnen digitale ecosystemen is een oracle een intermediair tussen de reële en de virtuele/digitale wereld. Hiervoor kun je zintuigen (biologie) of sensoren (technologie) gebruiken. Binnen het concept van de digitale lopende band is een oracle een proces dat een gebeurtenis uit de reële wereld constateert, controleert, verifieert (controleren of het juist is gemaakt) en eventueel valideert (controleren of het juiste is gemaakt). Deze gebeurtenis is niet eerder op deze manier geconstateerd en/of beschikbaar/toegankelijk gemaakt (via een database), en kan toegevoegd worden aan een databank of bijvoorbeeld dienen als input van een smartcontract waardoor op basis van een bepaalde gebeurtenis een bepaalde actie volgt. Een voorbeeld van een oracle is het vastleggen van je geboortedatum bij de geboorteaangifte.

Data zijn een (zo veel mogelijk) objectief waarneembare vastlegging van subjecten, objecten en gebeurtenissen (feiten). Data worden meestal opgeslagen in een databank. Een databank is een verzameling opgeslagen gegevens, gestructureerd en ingericht om bijvoorbeeld gegevens snel te kunnen raadplegen. Een specifieke vorm van een databank is bijvoorbeeld een blockchain, waarbij door meerdere actoren vastgestelde feiten niet eenzijdig gemanipuleerd kunnen worden.

Een specifieke vorm van representatie gebeurt door middel van getallen. We noemen dit ook wel digitaliseren. Digitaal is afgeleid van het Latijnse woord digitus, dat vinger betekent. Het is afgeleid van het vingertellen: tot tien tellen. De representatie kan slechts voorgesteld worden door een beperkt aantal getallen, in tegenstelling tot een analoge representatie met bijvoorbeeld letters. Een specifieke vorm van representatie door getallen is representatie door twee getallen: nul of één. Het aantal discrete waarden op het laagste niveau is over het algemeen twee (binair of tweetalig stelsel, bit: nul of één, plus of min in elektrische spanning). Elk woord, elk getal, elk object, elk gesprek kun je opbouwen uit ‘nullen en enen’, ‘ja of nee’, ‘waar of onwaar’, ‘plus of min’. Ogenschijnlijk verslechtert de representatie als je minder symbolen ter beschikking hebt, maar de beperking is een voordeel. Door de beperking kan transport, opslag en bewerking door een computer gedaan worden. In feite spreken we met zijn allen een universele taal af. Het feit dat dit met nullen en enen gebeurt heeft vooral voordelen in de technieklaag. Om een binaire representatie goed te laten werken, moeten wij mensen wel een ontologie, semantologie (denk aan Wikipedia) en taxonomie ontwikkelingen en/of overeenkomen, waarbij we dezelfde betekenis aan geven aan begrippen en een logische opbouw en ordening volgen.

Veel mensen staan niet of onvoldoende stil bij de functie van data als representatie of abstractie van onze menselijke wereld. We hebben een fysieke wereld, je ziet bijvoorbeeld een huis staan, en een digitale wereld: de digitale replica van een huis. De digitale replica bevat informatie over het huis zoals: hoe groot is het huis, waar ligt het en wie is de eigenaar. Wanneer een huis verkocht wordt blijft het fysieke huis staan. Alleen bij het Kadaster wijzigt (digitaal) het eigendom: ‘X = eigenaar van huis A’, wordt ‘Y = eigenaar van huis A’. Het huis blijft staan, de kenmerken blijven behouden alleen de verbinding ‘heeft als eigenaar’ verandert. Alleen de data veranderen dus.

Data zijn dus een artefact, een representatie en abstractie van onze fysieke wereld. We gebruiken data om onze wereld te begrijpen, te duiden en om beelden te communiceren. Voorbeelden van abstracties zijn letters en cijfers die we bijvoorbeeld combineren tot de klok, de kalender en het alfabet, waar we dan bijvoorbeeld weer boeken mee kunnen schrijven. Sommige abstracties zoals letters, zinnen en taal werken minder goed omdat ze een dubbele betekenis kunnen hebben. Ook virussen, DNA, verspreidingsprofielen, gevolgen van een lockdown of exitstrategie zijn te vatten in data, evenals de ontwikkeling van ons klimaat of vermogensverdeling. Deze data kunnen we vervolgens, bijvoorbeeld met behulp van algoritmes en ‘artificial intelligence’, gebruiken om (als mens zou ik zeggen), betere beslissingen te kunnen nemen.

“Er is geen grotere belemmering voor de vooruitgang van kennis dan de dubbelzinnigheid van woorden” -Thomas Reid

Taal en analoge representaties hebben het nadeel dat ze dubbelzinnig kunnen zijn. Denk aan worden als ‘golf’: automerk, sport, zeegolf, groene golf of zinnen als: ‘hij kon de gevangenen niet luchten’. Dubbelzinnigheid van woorden en zinnen is een grote belemmering voor de vooruitgang en ontwikkeling van kennis en wijsheid. Het voordeel van digitale (digi = tien vingers) en binaire (nul of één) abstracties in combinatie met een ontologie, semantologie en taxonomie, is dat er minder te interpreteren valt. Een belangrijk voorwaarde voor de transformatie naar een duurzame, digitale en decentrale samenleving is teruggaan naar de kern en het beantwoorden van vragen zoals: wat zijn data, hoe kun je deze het beste organiseren om tot een gedeelde werkelijkheid te komen op weg naar een gedeelde waarheid. Daarna kun je aan de slag met datatechnologie en het tegengaan van verspilling waarmee ik in de volgende longread verder ga.


Lees hier het vorige artikel uit deze reeks
Extract van boek: ‘Duurzame Welvaart Organiseren’
Voor alle longreads en podcasts, zie: Weconomics website

Gepost door Paul Bessems

Laat een opmerking achter.