Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid. Om organisaties de gelegenheid te geven hun arbeidsrelaties aan te passen, geldt in 2026 nog een gedeeltelijke zachte landing. Dat betekent dat werkgevers wel degelijk gecontroleerd kunnen worden, maar dat de handhaving in veel gevallen nog gericht is op herstel in plaats van bestraffing. Vanaf 1 januari 2027 eindigt deze overgangsperiode en geldt de volledige handhaving.
Wat houdt de zachte landing in?
De Belastingdienst heeft aangekondigd dat in 2026 de nadruk ligt op het corrigeren van onjuiste situaties. Dit betekent:
- Er worden geen verzuimboetes opgelegd in 2026.
- Een controle begint in principe met een bedrijfsbezoek en een goed gesprek.
- Vergrijpboetes blijven wel mogelijk als sprake is van opzet of grove schuld.
- De Belastingdienst kan loonheffingen naheffen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2025 wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid.
- Vanaf 1 januari 2027 vervalt deze coulance en geldt de reguliere handhaving.
De overgangsperiode is dus geen vrijstelling. Organisaties krijgen vooral extra tijd om hun werkwijze op orde te brengen.
Waarom is dit belangrijk?
De Belastingdienst beoordeelt niet het contract, maar de feitelijke arbeidsrelatie. Ook wanneer een overeenkomst spreekt over een opdracht, kan in de praktijk sprake zijn van een dienstverband. Daarbij wordt onder meer gekeken naar gezag, de manier waarop het werk wordt uitgevoerd en de mate waarin de zzp’er zelfstandig ondernemer is.
Voor HR betekent dit dat niet alleen de inkoopafdeling of de manager verantwoordelijk is. Ook HR speelt een belangrijke rol bij het beoordelen van arbeidsrelaties en het beperken van risico’s.
Wat moet HR nu doen?
1. Breng alle zzp-relaties in kaart
Veel organisaties weten niet precies hoeveel zelfstandigen zij inhuren of onder welke voorwaarden. Maak een compleet overzicht van alle zzp’ers en beoordeel welke opdrachten mogelijk risico lopen.
2. Kijk naar de praktijk, niet alleen naar het contract
Een goed contract alleen biedt geen zekerheid. Controleer of de zelfstandige daadwerkelijk zelfstandig werkt. Denk aan vragen als:
- bepaalt de zzp’er zelf hoe het werk wordt uitgevoerd?
- kan hij of zij zich laten vervangen?
- werkt de zelfstandige voor meerdere opdrachtgevers?
- is er sprake van leiding en toezicht?
3. Werk samen met inkoop en management
De grootste risico’s ontstaan vaak in de dagelijkse praktijk. Zorg daarom dat HR, inkoop, finance en leidinggevenden dezelfde uitgangspunten hanteren bij de inzet van zelfstandigen.
4. Leg keuzes goed vast
Documenteer waarom een opdracht als zelfstandige opdracht wordt uitgevoerd. Een goede onderbouwing kan tijdens een controle veel discussie voorkomen.
5. Bereid je voor op 2027
Gebruik 2026 als overgangsjaar. Wacht niet tot de volledige handhaving ingaat, maar pas processen, contracten en interne richtlijnen nu al aan.
Financiële en organisatorische gevolgen
Wanneer de Belastingdienst concludeert dat sprake is van een dienstverband, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. Naast naheffingen van loonheffingen kunnen ook pensioenpremies, werknemersverzekeringen en arbeidsrechtelijke claims een rol spelen. Bovendien kan een organisatie reputatieschade oplopen wanneer structureel onjuist met zelfstandigen wordt gewerkt.
Voor veel organisaties is dit daarom niet alleen een fiscaal vraagstuk, maar ook een onderwerp voor strategisch personeelsbeleid.
Conclusie
De zachte landing in 2026 biedt werkgevers ruimte om hun organisatie voor te bereiden, maar is geen uitstel van de regels. De Belastingdienst blijft controleren en kan vanaf 2025 naheffen wanneer sprake is van schijnzelfstandigheid. Voor HR is dit het moment om alle zzp-relaties kritisch te beoordelen, interne processen aan te scherpen en de organisatie klaar te maken voor de volledige handhaving vanaf 2027.
Meer informatie
Meer weten over actuele wet- en regelgeving?
In dit overzichtsartikel sommen we alle belangrijke wijzigingen van dit moment voor je op!