De Tweede Kamer heeft op 12 mei 2026 ingestemd met de Wet meer zekerheid flexwerkers (Wmz). De wet moet flexwerkers meer zekerheid geven over inkomen, werktijden en arbeidsvoorwaarden, en worden regels voor tijdelijke contracten en uitzendwerk aangescherpt. Het wetsvoorstel gaat nu naar de Eerste Kamer, maar gezien de brede steun lijkt aanname een formaliteit. Voor HR-professionals is het tijd om in actie te komen.
Wat verandert er?
Nulurencontracten verdwijnen
Nulurencontracten en onzekere min-maxcontracten verdwijnen. Daarvoor in de plaats komt een basiscontract met een minimum- en een maximumaantal uren, waarbij het verschil maximaal 130% mag zijn: het bandbreedtecontract. Dit betekent dat bij een minimum van tien uur het maximum dertien uur is. De werknemer mag een oproep boven het maximum weigeren.
Ketenregeling fors aangescherpt
De zogenoemde draaideurconstructies worden onmogelijk gemaakt. De huidige tussenpoos van zes maanden wordt vervangen door een vervaltermijn van 60 maanden: dat betekent dat pas na vijf jaar een nieuwe keten van tijdelijke contracten kan starten. Dit geldt ook bij opvolgend werkgeverschap en uitzendrelaties.
Gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten
Mensen die werken via een uitzendbureau moeten minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als mensen die regulier in dienst zijn. Dit volgde voor beloning al uit een uitspraak van het Europees Hof van Justitie, en wordt nu voor alle arbeidsvoorwaarden vastgelegd in de Nederlandse wet.
Wanneer treedt de wet in werking?
Het deel van de wet dat gaat over de gelijke arbeidsvoorwaarden voor flexkrachten gaat in op 1 januari 2027. De rest van de wijzigingen — bandbreedtecontract, ketenregeling, uitzendfasen — gaat in op 1 januari 2028.
Impact voor werkgevers: wat moet HR doen?
De Wmz raakt vrijwel elke organisatie die met flexibel personeel werkt. Voor werkgevers met oproepkrachten, tijdelijke contracten of uitzendkrachten betekent dit de grootste arbeidsmarkthervorming sinds de WAB van 2020. Dit zijn de concrete aandachtspunten:
Contracten screenen en omzetten
Inventariseer alle nulurencontracten en min-maxcontracten in de organisatie. Deze moeten vóór 1 januari 2028 zijn omgezet naar een bandbreedtecontract. Let daarbij op dat de bandbreedte (minimum–maximum uren) niet meer dan 30% verschil mag bedragen.
Ketenbeheer herzien
Breng in kaart welke medewerkers tijdelijke contracten hebben en wanneer hun keten afloopt. Door de nieuwe onderbrekingstermijn van vijf jaar is het straks veel lastiger om na een tijdelijke samenwerking opnieuw een tijdelijk contract aan te bieden. HR moet bewust kiezen: vastigheid bieden of tijdig afscheid nemen.
Uitzendkrachten: arbeidsvoorwaarden gelijkstellen
Werk samen met uw uitzendbureau(s) om de arbeidsvoorwaardenpakketten van uitzendkrachten in lijn te brengen met die van vaste medewerkers. Dit raakt niet alleen salaris, maar ook zaken als reiskostenvergoeding, pensioen en verlof.
Personeelsplanning en roosters aanpassen
Het bandbreedtecontract vraagt om preciezere roostering. De vrijblijvendheid van het nulurencontract verdwijnt: werknemers hebben recht op het afgesproken minimumaantal uren en kunnen extra oproepen weigeren.
Communicatie richting medewerkers
Informeer flexwerkers tijdig over hun nieuwe rechten en contractvorm. Transparante communicatie voorkomt onrust en versterkt het werkgeversmerk.
Werkgevers die proactief schakelen, behouden hun flexibiliteit én voldoen aan de wet. Werkgevers die wachten, lopen tegen capaciteits-, kosten- en juridische verrassingen aan.
Bronnen:
Let op: de exacte inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. De data in dit artikel zijn gebaseerd op de meest recente informatie van mei 2026.